Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
42 DEELEND LIDWOORD.
Aller à pied, à cheval, en voiture, Te voet gaan (loopen), paard-
en chemin defer, en bateau, rijden, rijden (in een rijtuig),
en [bateau à] vapeur. sporen, stoomen.
S'arrêter en route. Onderweg ophouden.
Se mettre en route. Zich op weg begeven.
OEFENIXGEN IN HET GEBRUIK VAN HET DEELEND
LIDWOORD.
Heeft u wijn? Neen, ik heb geen wijn, maar de wijnkooper
wel. Hij heeft rooden wijn, witten wijn, goeden wijn, slechten
wijn. Hij heeft allerlei wijn. Hij heeft geen slechten wijn, hij
heeft alleen goeden. U zal zulken goeden wijn niet bij andere
wijnkoopers vinden. Hij heeft fijne a) wijnen. Hij heeft ook tafel-
wijnen [=i gewone wijnen]. Proef dien wijn eens. Dat is geen
wijn, 't is azijn. Dat is geen wijn, 't is water. Geef me wijn
en water, veel wijn en weinig water. Geef me weinig wijn en
veel water. Geef me brandewijn en water. Warm of koud water?
Warm, geen/^) koud water. Ik drink noch wijn noch brandewijn;
ik drink alleen water en melk. Warme of koude melk ? Ik drink
liever [= verkies] koude melk dan [ ^ boven] warme melk. Ik
drink ook thee, koffie en chocolade. Ik drink liever koffie dan
thee. De Engelschen drinken liever thee dan koffie.
Ik heb geen wijn meer. Geef me nog wat wijn. Geef me nog
wat meer wijn. Kelner, nog wat wijn. Geef mij nog wat soep.
Kelner, nog wat soep. Verlangt u nog meer wijn? Nog meer
soep? Geen wijn meer. Geen soep meer. Ik wil geen wijn of
geen soep meer.
Heeft u geld? Ik heb geen geld. Ik heb geen goud- of zilver-
geld meer. De bankier heeft geld. Heeft hij veel of weinig geld?
Hij heeft verbazend veelgeld. Hij verdient geld, ik verdien
het niet. Ik heb slechts een stuiver. Een stuiver is [zoo goed
als<?)] geen geld.
Heeft u veel [ — een groote] familie ? Ik heb geen familie.
Ik heb geen vader, ik heb geen moeder. Ik heb broeder noch
zuster. Men kan bloedverwanten en fortuin hebben, en ongeluk-
kig zijn: zie Lodewijk [maar eens?)), hij heeft kinderen, fortuin
en vrienden, en toch is hij niet tevreden.