Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
31 DEELEND LIDWOORD.

position. Sa réputation de
géographe célèbre est établie.
Il est de ces hommes qui ne
peuvent pas rester en place.
Il lui faut toujours voyager
pour faire des découvertes,
pour faire des recherches sur
place (sur les lieux).
Il a fait de si grandes choses,
des choses si remarquables,
qu'on lui reconnaît un talent
hors ligne.
J'ai vu de telles choses de lui,
— des cartes magnifiques ! *—
que vous n'en avez pas d'idée.
Jamais je n'ai vu de plus
belles choses.
Eh bien, que voulez-vous de plus?
Rien ; seulement il se crée
des jaloux par son trop de
zèle. On trouve qu'il est de
trop, qu'il coûte trop d'ar-
gent à l'Etat, qu'on n'a pas
besoin de tant de géographie.
Un tel dit „Rien de trop";
un autre: „Faut^' de la géo-
graphie, pas trop n'en faut."
Je leur réponds: „On n'a
jamais trop d'une bonne
chose."
Ah oui, quand on fait quelque
chose de bon, le monde en
dit du mal. Cela n'a rien que
de très naturel. Si on en
disait du bien, c'est cela qui
serait extraordinaire.
gezondheid, als wat zijn positie
betreft. Zijn naam als beroemd
aardrijkskundige is gevestigd.
Hij behoort tot die menschen,
welke rust noch duur hebben.
Hij moet altijd reizen [en
trekken] om ontdekkingen te
doen, om onderzoekingen ter
plaatse in te stellen.
Hij heeft zooveel groots, zooveel
merkwaardigs verricht, dat
men hem een buitengewoon
talent niet ontzeggen kan.
Ik heb zulke dingen van hem
gezien — prachtige kaarten
O. a. — dat je je er geen voor-
stelling van kan maken. Nooit
heb ik iets mooiers gezien.
Nu, wat wil je nog meer?
Niets; doch hij maakt zich be-
nijders door zijn overgrooten
ijver. Men vindt dat hij over-
tollig is, dat hij het Rijk te
veel geld kost, dat men zoo-
veel aardrijkskunde niet noo-
dig heeft. De een zegt: „al
te veel is ongezond"; een
ander: „Aardrijkskunde, goed
en wel, maar alles met mate."
Ik antwoord hun: „Van het
goede heeft men nooit genoeg."
Och ja, als men iets goeds doet,
spreekt de wereld er kwaad
van. Dat is zeer natuurlijk.
Als men er iets goeds van
zeide, dat zou eerst een
wonder wezen.
• Deze ingeschoven uitdrukking is eene vrijheid, welke men zich in de
omgangstaal veroorlooft; logischer en juister: y ai vu de telles choses de
lui, des cartes si belles, que etc.