Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
23 DEELEND LIDWOORD.

vous diront: „Nous sommes des
grandes demoiselles, nous
ne sommes plus des petites
filles."
Est-ce que vous avez des petits
garçons ou des petites filles?
J'en ai des deux.
Moi, je n'aime pas les garçons;
ils font toujours du bruit;
mais j'aime beaucoup (j'adore)
les petites filles.
geen kleine meisjes meer.'
Heeft u jongetjes of meisjes?
Ik heb van allebeide.
Ik houd niet van jongens; ze
maken altijd leven; maar
van kleine meisjes houd ik
dol veel.
26.
Harpagon. Je me suis engagé,
maître Jacques, à donner ce soir
à souper.
Maître Jacques, i part. Grande
merveille !
Harpagon. Dis-moi un peu :
nous feras-tu bonne chère?
Maître Jacques. Oui, si vous
me donnez bien de l'argent.
Harp. Que diable, toujours
de l'argent ! Il semble qu'ils
n'aient pas autre chose à dire :
de l'argent! de l'argent, de
l'argent! Ah! ils n'ont que ce
mot à la bouche, de l'argent!
Toujours parler d'argent! Voilà
leur épée de chevet, de l'argent.
Valère. Je n'ai jamais vu
de réponse plus absurde que
celle-là. Voilà une belle mer-
veille de faire bonne chère avec
bien de l'argent ! C'est la chose
la plus aisée du monde ; il
n'y a si pauvre esprit qui n'en
fît bien autant; mais, pour
agir en habile homme, il faut
Harpagon. Jacob, ik heb
voor van avond gasten te eten
gevraagd.
Jacob (ler zijiie). Dat is wel een
wonder!
Harpagon. Zeg nu eens, zal
je ons wat lekkers voorzetten?
Jacob. Ja, als u me behoor-
lijk geld geeft.
Harpagon. Wat drommel,
't is maar altijd geld! 't Is of
de lui niet anders weten te
zeggen dan: geld, geld, en nog
eens geld! Zij hebben eeuwig
en altijd dat woord in den
mond, geld! Altijd van geld te
spreken! Geld, dat is hun stok-
paardje.
Valerius. Ik heb nog nooit
een ongerijmder antwoord ge-
hoord. 't Is me ook een kunst,
lekker eten te verschaffen voor
veel geld! Dat is de doodeen-
voudigste zaak van de wereld;
geen sukkel, die dat niet doen
kan; maar als men handelen
wil als een knap man, moet