Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
DEELEND LIDWOORD.
Voulez-VOUS du thé?
Merci, je ne prends pas de thé,
je prends du café. Je n'aime
pas le thé, je préfère le café.
En France on fait du café
excellent (d'excellent café) ;
c'est du nectar.
Voulez-vous de l'eau-de-vie avec?
Bien des gens en boivent; il
n'y a pas de mal à cela.
Moi, je n'en prends pas; pour
moi c'est du poison.
Wil U thee?
Dank u, ik drink geen thee,
ik drink koffie. Ik houd niet
van thee, ik heb liever koffie.
In Frankrijk bereidt men
uitstekende koffie; 't is wezen-
lijk nectar.
Wil u er brandewijn bij? Vele
menschen drinken dien [er-
bij] ; het kan geen kwaad.
Ik voor mij gebruik geen bran-
dewijn; 'tis vergift voor me.
22.
Voulez-vous du tabac ? Garçon, Wil je rooken ? Kelner (Aan-
donnez-nous des cigares.
Voilà de {fam. des) " bons ciga-
res. Voulez-vous me donner
du feu? Un peu de feu, s'il
vous plaît *.
Vous n'avez pas de feu ? Je vais
vous en donner. En voilà*.
nemen!), geef ons wat sigaren.
Dat zijn goede sigaren. Wil je
mij vuur geven? Een beetje
vuur, als je blieft*.
Heb je geen vuur? Wacht, ik
zal je helpen. Als je blieft *.
23.
Avez-vous de la bière?
Nous avons de la bière de
Vienne; c'est de {fam. de la) "
bonne bière.
Ce n'est pas de la t bonne
bière, c'est de la f mauvaise
bière. Cette bière ne vaut pas
grand'chose. Donnez-moi de
la bière de Bavière §.
Je n'ai pas de bière de Bavière,
je n'en ai que de Vienne §.
C'est dommage.
Heb je bier?
We hebben Weener-bier; dat
is goed bier.
Dit is geen goed bier, 't is
slecht bier. Dit bier deugt
niet. Geef mij Beiersch bier.
Ik heb geen Beiersch bier, ik
heb alleen Weener-bier.
Dat is jammer.
* Let op de verschillende uitdrukkingen voor „als je blieft" bij het
vragen en het aanbieden.
t de la in de spreektaal; de in de geschreven taal.
§ Minder gebruikelijk is: de la bïère bavaroise, viennoise.