Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
11 BEPALEND EN NIET-BEPALEND LIDWOORD.

Voilà les pompiers qui arrivent
avec la pompe [à incendie].
Ah ! les braves gens ! Comme
ils travaillent à la sueur de
leur front (visage) pour éteindre
le feu.
].e feu baisse (diminue), il y a
de l'eau ])artout. Le feu est
éteint. La maison est détruite,
mais les habitants sont sau-
vés; (-'est l'essentiel.
Daar komt de brandweer met
de [brand]spuit. Wat zijn dat
flinke lui! Hoe werken zij in
't zweet huns aanschijns om
den brand te blusschen.
De brand vermindert, het water
is overal doorgedrongen. De
brand is gebluscht. Het huis
is afgebrand, maar de be-
woners zijn gered; dat is 't
voornaamste.
15.
Le marchand de poisson! {fam.
l'homme au ])oisson!) Com-
bien le ])oisson?
Dix sous [la*] pièce, monsieur.
Ne lui i)arlez pas, il est ivre.
Il sent le vin et l'eau-de-vie,
et il sent (très fam. pue) le
tabac.
Son accent sent la province; il
jiarle avec accent (il a de
l'accent), n'est-ce pas?
Ah oui, il sent son Provençal
d'une lieue.
Et le poisson ne sent pas bon
non plus; il sent mauvais.
C'est du poison " et non du
])oisson.
Alors ce n'est ]ms la peine.
D'ailleurs je n'ai pas le sou.
Ce sera pour une autre fois.
Hei, vischboer !
visch ?
Wat kost de
Tien sous per stuk, mijnheer.
Spreek niet met hem, hij is
dronken. Hij ruikt naar wijn
en brandewijn , en stinkt naar
tabak.
Naar zijn uitspraak te oordeelen
is hij uit de provincie; heeft
hij niet een vreemd accent?
O ja, men kan dadelijk merken,
dat hij uit Provence is.
En de visch ruikt ook niet lek-
ker; die stinkt, 't Is vergift
en geen visch.
Dan heb ik niets noodig. Trou-
wens ik heb geen cent in
mijn zak. Dus, op een anderen
keer maar.
• Thans nieeslal zonder la.