Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
AANHANGSEL. 249
troubler mon breuvagel (Fables, I, lo.) Vooral komt voor :
Qui vous amène 1 (Scribe IV, 405.) Qui vous amène si matint
(Labiche, III, 11.) Qui vous ramènel (ib. VIII, 251.) Qui
vous amène chez wö/(Laboulaye, Paris en Am., 217). Ook zeer
vaak: Qui me vaut le plaisir (l'honneur) de votre visitel —
Augier: Eh! chère baronne, qui peut valoir à un vieux
garçon comme moi l'honneur d'une si belle visitel (Fils de
Giboyer I, i.) — Sardou: Qui me vaut cette bonne fortune de
vous recevoir chez moi'i (Daniel Rochat, 192). — Daudet:
Que vous arrive-t-il donc, ma chère Frédérique, et qui
me vaut . . . .? (Les Rois en exil, 259.) Ook komt: qui
est-ce qui vous amène 2 voor volgens Passy. — Andere uit-
drukkingen : Qui vous le fait penser ? Des raisons qui vous
étonneraient beaucoup (^crüz, IV, 177). Qui te fait croiret
(Augier, Fourch., 49.) Qui te fait rire ainsi? (Hier wat,
en niet wie; Rocherolles, Gram. fr. Cours prép. 24.) —
Dat intusschen qui gewoonlijk als een neutrum beschouwd
wordt, toonen uitdrukkingen als: Sais-tu ce qui les amène?
(Scribe, IV, 17.) Veuillez me faire savoir ce^qui me vaut
l'honneur de votre visite? (Malot, Séduction, 65.) Il lui
demanda ce qui lui valait l'honneur de sa visite (Duval,
Le Tonnelier, 195), zooals ook qu'est-ce qui vous amène?
veel gewoner is dan qui vous amène? Wel bestaan er ook
in afhankelijke vragen uitdrukkingen als: Je ne sais qui
me tient que je vous en fasse autant (Molière, Préc. rid.
se., 19). Je ne sais qui me retient (Plattner, 283), doch
deze moeten zeker oorspronkelijk wel als persoonlijk op te
vatten zijn, gelijk het Ital. non so chi mi tenga ; later zal
de neutrale beteekenis opgekomen zijn; reeds bij Molière,
en thans gewoonlijk : Je ne sais pas ce qui me retient
(Dumas, Théâtre, VI, 297). Het neutrale gebruik van qui
wordt gewoonlijk door Fransche taalkundigen afgekeurd ;
andere, vooral Duitsche, als Mätzner, B. Schmitz, Ltlcking,
Plattner, sluiten zich bij het spraakgebruik aan ; evenzoo
Robert, Questions etc., 144. Zie verder nog over ^«z Gesz-
ner, Lehre der franz. Pron. II, 17; Greiffenberg, Beiträge
zur franz. Syntax des XVI. Jahrh. (Darmesteter).