Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
AANHANGSEL. 245
pas ça du tout, (ib. 247); hij laat een jonge dame zeggen:
quand ça, 247, maar een bejaarde dame: quand cela, 263.
Ik heb hetzelfde letterkundig gebruik gevolgd.
8r. Ça sent le tabac. — Evenzoo: Ça sent la fumée. Ça sent
le brtilé. Ça sentait mauvais dans le corridor (Zola, Ass.
569). Dumas fils : Une personne chez qui ça sent le tabac
(Théâtre, I, 226). Zie ook de Voorrede.
82. Il (ce) me semble. — Ce me semble is meer schrijftaal, il
me semble, spreektaal. Vgl. Molière; Tartuffe, II, 4:
Mais pour mieux réussir, il est bon, ce me semble.
Qu'on ne vous trouve point tous deux parlant ensemble.
83. Il est évident que c'est vrai. — Van het (meestal achteraan
komende) onbekende sprekende, wordt voor bijv. naamw.
il est gezegd, van het (achteraan komende of voorafgaande)
bekende, c'est. De zin: il est évident que c'est vrai,
kan daarom ook aldus gezegd worden: c'est vrai, c'est évi-
dent. Il est indispensable que nous nous battions. Est-ce
indispensable 1 (Sardou, Les Pattes de Mouche, 57). Zoo zegt
men, van hetgeen volgt sprekende, altijd c'est, wanneer de
verhouding, zoo al niet vermeld, dan toch als bekend gesteld
of verondersteld wordt. Terwijl men zegt : II est beau de
mourir pour la patrie, zegt men daarentegen: c'est
beau de mourir ainsi. Iemand, die in zijn land terugge-
komen is, zegt bij Scribe: C'est si bon de revoir la France
(Théâtre, I, 323). Een verliefde heer zegt: C'est agréable,
d'être amoureux ; on n'est jamais seul (ib., 1, 301).
Iemand, die aan 't hof komt : Mon Dieu ! que c'est beau
de venir à la cour (ib. III, 142). Vgl. verder: Que c'est
aimable à vous de venir me voir (Dumas, Théâtre, I, 296).
fe le jure . . . c'est impie, de jurer, je le sais (ib., IV,
331). Vous ne sauriez croire comme c'est doux et facile de
causer avec vous (ib. IV, 239). — Croyez-vous que ce soit
bien divertissant de passer sa vie au milieu d'un déluge
de fadaises 1 (Musset, Com. II, 172). In de gewone spreek-
taal begint c'est meer en meer il est te vervangen, daar het
zwakste verband met de werkelijkheid voldoende is. Zoo
bijv. bij Dumas: Notis allons peut-être nous entendre;