Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
244 AANHANGSEL.
tout à vous en toute à vous is eigenlijk slechts kunstmatig,
daar in de oudere taal de bijv. vorm overal werd gebruikt,
evenals nog in toute pâle, enz.; zoo bijv. in de ii^^® eeuw:
tote en sui dolente (= j'en suis toute désolée), Vie de St.
Alexis, 454, zie Tobler, Vermischte Beiträge zur franz.
Gram. 69. Het Ital. zegt nog: tutta vostra; reeds 't Lat.
tota sunt misera, zie mijn artikel Romance Languages, in
Encycl. Brit. XX, 665. Zeldzaam en verouderd is je suis
tout vôtre, toute vôtre; ook je suis vôtre, thans alleen in
boekentaal gebruikt; bijv. L. Noir, L'Auberge Maudite: je
suis vôtre, 109; je suis tienne, r42.
79. Est-ce vrai? — Est-ce (-il) possible? — Van iets dat gezegd
of reeds vroeger vermeld is, werd voorheen il est vrai,
n'est-il pas vrai2 gebruikt. Deze laatste uitdrukking heb ik
in België in 1858 gehoord ; in Frankrijk minder. Tegen-
woordig zegt men daarvoor gewoonlijk c'est vrai en n'est-ce
past Het oudere il komt echter nog soms in de literatuur
voor, bijv. Scribe: il est vrai (Drames, I, 167; II, 6, 7,
enz.). N'est-il pas vrai? (II, 416.)—Augier: N'avez-vous
pas fait des pertes récentes? Il est z/ra/(Les Effrontés, 57). —
Dumas fils: Une jolie femme ne te fait pas peur, n'est-il
pas vrai? (Denise, 12.) Evenzoo Sardou, L'Oncle Sam,
62. — Zoo zeide men ook vroeger altijd en thans nog in
de literatuur soms est-il possible ? In de tegenwoordige
spreektaal gewoonlijk en bij de nieuwere schrijvers zeer
dikwijls est-ce possible? Vgl. Musset, Comédies, II, 347,
362. Labiche, I, 306. Augier, Mad. Caverlet, 67. Pailleron,
Le Monde où l'on s'ennuie, 87. Sardou, Daniel Rochat,
213. Vgl. noot 83. — Evenzoo voor il suffit, nu cela suf-
fit (c'est assez). Daarentegen nog steeds : il est temps ; il
est tard.
80. Mais je ne fais que cela. — In het spreken ça. De Fran-
schen schrijven meest cela en beschouwen ça geschreven als
zeer gemeenzaam, bijna plat, ofschoon zelfs beschaafden het
bij het spreken gebruiken. In tooneelstukken vindt men ça
in gemeenzame uitdrukkingen, anders cela. Bijv. bij Dumas
fils: C'est ça, jouons du piano (Théâtre, IV, 243); ce n'est