Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
AANHANGSEL. 229
p. 98 en p. 148). — Richepin: Il fit du bruit assez pour
attirer r attention (Quatre petits rom. 160).
16. Il y a bien un verre. — Wijnglas is gewoonlijk slechts un
verre of un verre à boire, niet verre à vin, behalve als
van bijzondere soorten gesproken wordt. Vgl. Vérardi,
Manuel du Bon Ton, 36: On placera devant chaque con-
vive trois ou quatre verres; i" un verre à pied (groot glas
op een voet) pour le vin ordinaire; 2" un petit verre
(klein wijnglas) pour le madère sec ; 3" un verre à vin de
Bordeaux (grooter wijnglas)/ 4" un verre à vin de Cham-
pag7ie (Champagneglas).
17. Potage, soupe; consommé. — Soupe is de dagelijksche uit-
drukking, in 't bijzonder voor vleeschnat (bouillon) met
brood; men zegt altijd soupe au lait, soupe aux choux,
enz.; — potage, elke soort van soep, is de meer deftige
uitdrukking. Verg. bij Hector Malot: Elle lui apporta le
bouillon. „J'aurais peut-être dû y mettre du pain,"
dit-elle. „Oui" 7nurmura-t-il. Elle lui apporta bien vite
une seconde tasse qui, cette fois, contenait U7Ù vraie soupe
(La petite Sœur, I, 28). — L'habitude que j'ai de faire
du potage, je devrais plutôt dire de la soupe, le début
obligé de tous mes repas. Les herbages, les légumes, les
volailles, le gibier, le poisso7i et le mouton donnent le
7noycn de varier ce 7nets à l'infini (Jacolliot, Voyage aux
Pays myst., 12). — Le service est bien suffisa7it quand il
se compose de la soupe ou ajitre potage, etc. (Vérardi,
Manuel du Bon Ton, 59) —• Oorspronkelijk echter soupe
het stukje brood, dat in den bouillon gedoopt wordt ; men
zegt: 7nettre une soupe, des so7ipes dans le bouillo7t; tail-
ler, tremper une soupe, la soupe. Van daar ook soupe au
vi7t, brood in wijn. Eng. sop i7i wi7ie, en het spreekwoor-
delijk gezegde: 77touillé, tre7npé co7nme une soupe. Eng.
wet as a sop, zie: Joh. Storm, Engl. Philologie ', 204. —
Verder is bouillon de alledaagsche benaming voor conso/nmé
(reeds bij Molière, L'Avare, II, 6), de meer uitgezochte
voor krachtig vleeschnat. „Au bo7iillo7i Duval on de7/iande
consta77i7nent 7m bouillon" zegt Passy.