Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
223 GEMENGDE VOORBEELDEN VAN DE VOORNAAMWOORDEN.
traître de fils. Sortons. Je
veux aller chercher la justice,
et faire donner la question à
toute ma maison, à domes-
tiques, à fils, à fille, et à
moi aussi. Que de gens as-
semblés! Je ne jette mes
regards sur personne qui ne
me donne des soupçons, et
tout me semble mon voleur.
Hé? de quoi est-ce qu'on parle
là? de celui qui m'a volé?
Quel bruit fait-on là-haut?
Est-ce mon voleur qui y est?
De grâce, si l'on sait des
nouvelles de mon voleur, je
supplie qu'on m'en dise. N'est-
il pas caché là parmi vous?
Ils me regardent tous, et se
mettent à rire. Vous verrez
qu'ils ont part, sans doute,
au vol que l'on m'a fait.
Allons vite, des commissaires,
des juges, des gênes, des
potences et des bourreaux.
Je veux faire pendre tout le
monde, et si je ne retrouve
mon argent, je me pendrai
moi-même après.
(Molière, L'Avare, V[, 7, extrait
modernisé.)
heel zorgvuldig den geschikten
tijd bespied hebben; en hij
heeft juist het oogenblik geko-
zen, toen ik met mijn schurk
van een zoon stond te praten.
Ik ga de deur uit. Ik zal het ge-
recht gaan halen, en alle huis-
genooten op de pijnbank laten
leggen, bedienden, zoon, doch-
ter, en me zelf ook. Wat al men-
schen zijn daar bijeen! Ik sla
mijn blikken op niemand, of
hij wekt mijn achterdocht op,
en overal meen ik mijn dief te
zien. He? waarover wordt daar
gesproken? Van dengeen, die
me bestolen heeft? Wat voorge-
raas wordt daarboven gemaakt?
Zit daar soms mijn dief? Om
's hemels wil, _als iemand wat
van mijn dief weet, laat hij, ik
smeek hethem, het me dan zeg-
gen. Zit hij daar niet tusschen
jelui verscholen? Ze kijken me
allen aan, en beginnen te lachen.
Je zult nog zien, dat ze mee-
gedaan hebben aan den dief-
stal, die bij me gepleegd is.
Kom, gezwind, commissa-
rissen , rechters, pijnbanken,
galgen en beulen. Ik wil ze
allen laten ophangen, en vind
ik mijn geld niet terug, dan
hang ik mezelf ook op.
• In den tekst van M. quérir, juister dan quérir (Normandisch kri). Dit
woord is, behalve in enkele vormen, verouderd.