Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
222 GEMENGDE VOORBEELDEN VAN DE VOORNAAMWOORDEN.
GEMENGDE VOORBEELDEN VAN DE VOORNAAMAVOORDEN.
220.
Harpagon. Je suis perdu, je
suis assassiné; on m'a coupé
la gorge ; on m'a dérobé mon
argent. Qui peut-ce être ?
Qu'est-il devenu? Où est-il?
Où se cache-t-il? Que ferai-
je pour le trouver ? Où courir ?
Où ne pas courir? N'est-il
pas là ? N'est-il pas ici ?
Qui est-ce? Arrête. Rends-
moi mon argent, coquin! Ah!
c'est moi ! Mon esprit est
troublé, et j'ignore où je suis,
qui je suis, et ce que je fais.
• Hélas ! mon pauvre argent !
Mon cher ami ! On m'a privé
de toi ; et puisque tu m'es en-
levé, j'ai perdu mon support,
ma consolation, ma joie ; tout
est fini pour moi, et je n'ai
plus que faire au monde. Sans
toi il m'est impossible de
vivre. C'en est fait; je n'en
puis plus; je me meurs; je
suis mort; je suis enterré.
N'y a-t-il personne ici qui
veuille me ressusciter, en me
rendant mon cher argent, ou
en m'apprenant qui l'a pris?
Euh ! Que dites-vous ? Ce
n'est personne. Il faut, qui
que ce soit qui ait fait le
coup, qu'avec beaucoup de
soin il ait épié l'heure; et
il a choisi justement le
temps où je parlais à mon
Harpagon. Ik ben verloren, ik
ben vermoord; ze hebben me
den hals afgesneden, ze hebben
mijn geld gestolen Wie kan
het zijn? Waar is hij geble-
ven? Waar is hij? Waar houdt
hij zich schuil? Wat zal ik
doen om hem te vinden? Waar
zal ik heen snellen ? waar-
heen niet? Is hij daarginds
niet? Is hij niet hier? Wie is
dat? Sta! (Halt!) Geef me
mijn geld terug, schurk! Ach,
ik ben hetzelf! Mijn verstand
is in de war, en ik weet niet,
waar ik ben, wie ik ben, en
wat ik doe. Helaas! mijn
geldje! Beste vriend! Ze heb-
ben me van je beroofd; en nu
je me ontnomen bent, heb ik
mijn steun, mijn troost, mijn
vreugd verloren; alles is uit
voor me, en ik heb niets meer
op de wereld te maken. Bui-
ten jou kan ik onmogelijk
leven, 't Is gedaan met me; ik
kan niet meer; ik voel, dat
ik sterf; ik ben dood en be-
graven. Is er dan niemand
hier, die me wil terugroepen
in het leven, door me mijn
geld terug te geven of door me
te zeggen, wie het heeft weg-
genomen? He! Wat zegt u?
't Is niemand. Wie die streek
ook heeft uitgehaald, hij moet