Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
ONBEPAALDE VOORNAAMWOORDEN. 221
te spreken. Wie [is die] iemand? Het is iemand, die onbekend
wenscht te blijven.
Heeft iemand mijn boek gezien ? Iemand moet het weggenomen
hebben. Niemand heeft het gezien. Het is nergens. Het moet toch
ergens zijn. Het moet ergens anders zijn. U moet het ergens
anders gaan zoeken. Wie heeft ooit zoo iets beleefd? Nooit van
mijn leven. U heeft nog eenige boeken. Iets is beter dan niets.
Geen kwaad zonder baat. Zonder twijfel. U zal het zonder eenige
moeite vinden.
Kent u hier iemand ? Kent iemand u ? Neen, ik ken niemand,
en niemand kent mij. Als ik zeg niemand, bedoel ik zoo goed
als niemand, want u is iemand. Is er iemand ongelukkiger
dan ik? Ik weet het beter dan iemand. Ieder weet, waar de
schoen hem wringt. Geen dwaasheid! Geen zwakheid! Maak iets
groots of schoons, en iedereen zal van u spreken. Ik zou dan
iets nieuws moeten vinden, maar hoe dat aan te leggen? Er is
niets nieuws onder dé zon. Men moet nergens aan wanhopen a).
Men moet nooit ergens op zweren. Alles of niets!
Wat scheelt je? Niets, of zoo goed als niets. Noem je dat
niets? Maak dat anderen wijs, vriendje! De dokter komt niet
voor niets.
Gij zult niet begeeren uws naasten goed. Ik verlang van nie-
mand wat en heb niemand iets te danken. Ik bemoei me niet met
een anders zaken.
De Serviërs en Bulgaren zijn lang vijanden geweest, maar zij
zijn begonnen elkaar wat toenadering te betoonen b). Sommigen
zeggen, dat we oorlog krijgen, anderen zeggen, dat men vrede
zal sluiten c). Verscheidenen zeggen, dat het een noch het ander
zal gebeuren d). In allen gevalle zal er een einde aan komen.
Aan alles komt een einde. Einde goed, al goed.
a) Wanhopen aan, désespérer de. b) elkaar wat toenadering betoo-
nen, se rapprocher Vun de Vautre. c) vrede sluiten, faire la paix,
d) gebeuren, être.