Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
5 BEPALEND EN NIET-BEPALEND LIDWOORD.

omelette et une tranche de
jambon ; ensuite le rôti et les
pommes de terre.
Monsieur est servi.
Désirez-vous (voulez-vous) un
biftek aux pommes ? *
[Non,] merci. Comme dessert,
une poire et un morceau de
fromage. Passez-moi le pain,
le beurre, le fromage et
le vin.
koek en een stukje ham; dan
het gebraden vleesch en de
aardappelen.
Er (het eten) is opgedaan, mijn-
heer.
Verlangt u biefstuk met aard-
aardappelen ?
[Neen,] dank u. Voor dessert
(nagerecht) een peer en een
stukje kaas. Reik me het
brood, de boter, de kaas en
den wijn eens aan.
7.
Allons ! lève-toi, Charles. Il
[n']est [que] temps d'aller
à l'école. Tu n'as que le
temps de t'habiller. Vite, hors
du lit! Comme il se frotte
les yeux! •
C'est que j'ai sommeil.
Voici lest bas, lef caleçon,
le pantalon, le gilet, les bot-
tines. Maintenant, il faut te
laver la figure (te débar-
bouiller) et les mains.
L'eau est si froide.
L'eau froide vaut bien mieux
pour la santé que l'eau chaude.
Mets ta veste ^ et te voilà prêt.
Voici le chocolat et le pain.
Ah! le bon chocolat et le bon
pain !
Maintenant il faut serrer les livres,
Kom! sta op, Karei. Het is
[hoog] tijd om naar school te
gaan (voor school). Je'' hebt
nog net tijd om je aan te
kleeden. Gauw, het bed uit.
Wat wrijft hij zijn oogen uit!
Dat komt, omdat ik nog slaap heb.
Hier zijn [de] kousen, onder-
broek, broek, vest [en] laar-
zen (bottines). Nu moet je je
gezicht en je handen was-
schen.
Het water is zoo koud.
Koud water is beter voor de
gezondheid dan warm [water].
Doe je kiel (buis) aan, zie
zoo , nu ben je klaar. Hier
is chocolade en brood.
O, hoe lekker smaakt die cho-
colade en dat brood!
Pak nu boeken, pen, papier,
* In deze uitdrukking wordt de terre geregeld weggelaten,
t Meer gebruikt wordt: tes bas, ton caleçon, enz. Zoo ook tes livres, enz.