Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
ONBEPAALDE VOORNAAMWOORDEN.
225
Qu'en savez-vous?
Les gens de qualité savent tout
sans avoir jamais rien appris,
comme dit Molière.
Ces petits riens vous intéres-
sent ; moi, ça m'ennuie . ..
Vous savez quelque chose
d'intéressant, je le vois à
votre mine.
Ça se pourrait bien. Je sais
bien quelque chose, mais n'en
dites rien à personne encore ;
plus tard, je ne dis pas.
Soyez tranquille. Vous ai-je
jamais rien refusé? Vous
ai-je jamais rien caché ? Vous
ai-je jamais trahi? Allons,
dites-moi tout.
Vous saurez donc que notre ami
Leclerc épouse mademoiselle
Bernard.
Vraiment? Bien sûr?
Rien de plus sûr. Voilà quel-
que chose de drôle, j'espère.
Elle n'entend rien à la maison
(au ménage), rien aux livres,
rien à rien. Elle est bête
comme une oie; mais elle
affecte un grand intérêt pour
la littérature, parce que son
futur est homme de lettres.
Quand elle a dit une bonne
bêtise, elle sourit béatement,
comme si de rien n'était.
Et lui?
Lui ne comprend rien, ne voit
rien que les beaux yeux de
M'i® Bernard. Y a-t-il rien
de plus bête? Qui l'aurait
jamais cru? Lui, si spirituel;
Hoe weet je dat?
Voorname menschen weten alles,
zonder ooit iets geleerd te
hebben, zooals Molière zegt.
Die beuzelingen boezemen jou
belang in (interesseeren jou);
mij verveelt zoo iets .... Je
weet iets belangrijks, ik zie
het aan je gezicht.
Dat zou wel kunnen zijn. Ik
weet wel wat, maar zeg er
nog niemand iets van; later
mogelijk wel.
Wees gerust. Heb ik je ooit iets
geweigerd? Heb ik ooit iets voor
je verborgen gehouden? Heb
ik ooit je geheimen verraden?
Kom, vertel me maar alles.
Weet dan, dat onze vriend
Leclerc met juffrouw Bernard
gaat trouwen.
Heusch? Is dat waar?
Volkomen waar. Dat is dan
toch iets koddigs, zou ik mee-
nen. Ze heeft volstrekt geen
begrip van huishouden, weet
niets van boeken, ze weet
van niets wat. Ze is zoo dom als
een gans; maar ze houdt zich,
alsof ze veel belang stelt in de
letterkunde, omdat haar aan-
staande letterkundige is. Als
ze een geduchte domheid heeft
gezegd, glimlacht ze witjes,
alsof er niets gebeurd was.
En hij ?
Hij begrijpt niets, hij ziet niets,
dan de mooie oogen van
juffrouw Bernard. Kan het
gekker? Wie had het ooit
kunnen denken? Hij, zoo