Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
192
ONBEPAALDE VOORNAAMWOORDEN.
A
Est-ce là comme vousTentendez?
Oui, si vous ne dites pas votre
prix. Vous voilà payé, ou
c'est tout comme.
Oh! par exemple!
Dites ce que vous demandez;
alors je saurai à quoi m'en
tenir.
C'est un franc, et le pourboire
en sus.
Voilà pour votre peine. — Voilà
comment il faut faire avec
ces gens-là.
Vat U het zoo op?
Ja, als je je prijs niet zegt.
Je bent dus betaald, of zoo
goed als betaald.
Wel nu nog mooier!
Zeg, wat je hebben moet, dan
weet ik, waaraan me te
houden.
Een franc, en een fooi extra.
Dit is voor je moeite. — Dat
is de manier, om met die lui
om te gaan.
PHRASEOLOGIE.
Que diable allait-il faire dans
cette galère? (Molière.)
S'il faut agir, je ne sais que
faire; s'il faut parler, je ne
sais que dire. (Rousseau.)
Que [vais-je] devenir?
Je n'ai que faire de vos conseils.
Je n'en ai que faire.
Je n'ai que faire ici.
Liberté? Qu'appelez-vous li-
berté ?
J'aime bien ce garçon-là, parce
qu'il est tout à fait dans les
idées nouvelles. — Pardon !
qu'appelons-nous les idées
nouvelles? — Les idées nou-
velles , cela s'entend . . . quoi !
... c'est tout ce qui est jeune*!
Wat drommel had hij daar ook
noodig?
Moet ik handelen, dan weet ik
niet wat te doen; moet ik
spreken, dan weet ik niet
wat te zeggen.
Wat zal er van me worden?
Ik heb je raad niet noodig.
Ik heb dien niet noodig.
Ik heb hier niets te maken.
Vrijheid? Wat noemt u vrijheid?
Ik mag dien knaap wel, daar hij
geheel opgaat in de nieuwere
ideen. — Met uw welnemen,
wat noemen we eigenlijk
nieuwere ideën? — Nieuwere
ideën, dat is nog al duide-
lijk! ... dat is immers alles
wat jong is!
Sardou, Maison Neuve, 65.