Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
VRAGENDE VOORNAAMVi^OORDEN.
191
Je n'ai pas dit cela.
On le serait à moins. Quoi
de plus beau que ces œuvres
d'art, ces chefs-d'œuvre de
tous les siècles ? Êtes-vous
froid ! (Vous êtes d'un froid !)
Vous n'admirez jamais rien.
Est-ce bête!
Qu'avez-vous donc vu de si
beau ?
Aujourd'hui j'ai surtout remar-
qué quelques tableaux, entre
autres un Murillo, un men-
diant espagnol en haillons.
Qu'il est splendide, ce men-
diant, habillé Dieu sait com-
me, avec des vêtements pris
Dieu sait où. Avec quel
grand air il se drape de son
manteau troué ! Que tout
cela est pittoresque ! Quel
beau concert de couleurs !
Comme je suis content!
Combien les Parisiens sont
heureux d'avoir un si beau
musée !
Dat heb ik niet gezegd.
Men zou het wel om min-
der wezen. Wat is er schoo-
ners te bedenken, dan die
kunstwerken, die meester-
stukken van alle eeuwen ?
Wat ben jij koel! Jij bewon-
dert nooit iets. Hoe dwaas!
Wat heb je dan gezien, dat zoo
schoon was?
Vandaag heb ik in 't bijzonder
eenige schilderijen opgemerkt,
onder andere een Murillo,
een Spaanschen bedelaar in
lompen gehuld. Hoe prachtig
is die bedelaar, gekleed de
Hemel weet hoe, met kleeren,
die hij de Hemel weet waar
vandaan heeft gehaald. Met
welk een voornaamheid hulthij
zich in zijn gescheurden man-
tel ! Wat is dat alles schilder-
achtig! Wat een fraaie kleuren-
mengehng! Wat ben ik blij, dat
gezien te hebben! Wat zijn
die Parijzenaars gelukkig, zulk
een schoon museum te bezitten!
194.
Combien vous dois-je?
Monsieur? Plaît-il, monsieur
(Vous dites? Comment?)
Je vous dois combien?
Vous me donnerez ce que vous
voudrez.
Bien vrai? Est-ce vrai?
Si c'est quoi? Veuillez parler
un peu plus haut; je suis un
peu sourd.
Je vous demande si c'est vrai
que vous le faites pour rien?
Hoeveel ben ik je schuldig?
Wat belieft u, mijnheer?
Ik ben je schuldig .... hoeveel?
U kan me geven, wat u goed-
dunkt.
Is dat werkelijk waar? Is dat zoo?
Of dat wat is ? Spreek j als 't u
belieft, wat harder; ik ben
wat doof.
Ik vraag je, of het waar is, dat
je het voor niet doet?