Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
VRAGENDE VOORNAAMVi^OORDEN.
185
savez à quoi vous en tenir.
Adieu. — Monsieur Beau-
fort, qu'en dites-vous? Qu'en
pensez-vous? Que vous en
semble? Qu'en dit monsieur
le docteur? Qu'y faire? Le
moyen d'y rien faire? Com-
ment aider ces gens-là, s'ils
ne veulent pas travailler?
Impossible, mon cher ami,
n'est-ce pas?
Dame, je ne sais qu'en penser.
Je ne sais qu'en dire. Il me
semble que je ferais n'importe
quoi pour empêcher ces gens
de mourir de faim.
Voyons, votre moyen? Que fe-
riez-vous? Vous voyez bien
que vous ne savez pas quoi.
Qu'en savez-vous, enfin? Quel
homme! Laissez-moi donc le
temps de respirer, au moins!
On pensera aux moyens après.
houden. Goeden dag. — Wat
zegt u daarvan, mijnheer-
Beaufort? Wat denkt u er-
van? Wat dunkt u? Wat
zegt u ervan, dokter? Wat
is daaraan te doen? Hoe zou
men daaraan iets kunnen
doen? Hoe zou men die men-
schen kunnen helpen, als ze
niet willen werken? 'tIs im-
mers onmogelijk, beste vriend.
Ja, ik weet waarlijk niet, wat
ik ervan denken moet. Ik
weet niet, wat ik ervan zeggen
zal. Mij dunkt, dat ik het een
of ander doen zou, om die
menschen niet van honger te
laten omkomen.
Nu, zeg uw middel dan eens.
Wat zou u doen ? U ziet
wel, dat u zelf niet weet wat.
Hoe weet u dat dan toch ?
Wat een zonderling mensch!
Laat me ten minste den tijd
even adem te halen. Daarna
zullen we de middelen be-
ramen.
185.
Quoi ! vous ne voyez pas ? Que
de gens ! Que de monde !
Quelle foule! Quel bruit! Que
de choses on voit! Que ne
voit-on pas?
De quoi parlez-vous? De quoi
est-il question?
Il paraît qu'on a encore arrêté
un homme.
Que d'arrestations ! Pourquoi
donc l'arrête-t-on ? De quoi
l'accuse-t-on ?
Wat, ziet u dat niet? Wat al
menschen ! Wat al volk ! Wat
een drukte! Wat een leven!
Wat ziet men al voor dingen!
Wat ziet men al niet?
Waarover spreekt u ? Waarvan
is er sprake?
Het schijnt, dat er alweer iemand
gearresteerd is.
Wat al arrestaties! Waarom wordt
hij toch gearresteerd? Waar-
van wordt hij beschuldigd?