Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
182
ONBEPAALDE VOORNAAMWOORDEN.
Mais tout cela est désolant. Il faut
faire un effort, vous qui avez
du talent. Rappelez-vous qui
vous êtes et ce que vous êtes.
Oui, vous avez raison. Il faut
faire quelque chose pour me
faire connaître. Le monde
saura un jour qui je suis
et ce que je suis. On dira
bien au commencement :
„Qu'est-ce qui lui prend,
à ce petit avocat?" Mais
qu'est-ce que ça fait? Et si
l'on se moque de moi, on
trouvera à qui parler. On
ne sait pas de quoi je suis
capable. Je sens qu'il y a
en moi de quoi étonner le
monde.
Savez-vous bien que vous m'é-
tonnez? Avec ce feu, cette
fougue, que ne commencez-
vous tout de suite? Du cou-
rage! J'ai confiance en vous.
Bientôt on ne saura quoi
admirer le plus, de votre
érudition ou de votre élo-
quence.
Quel ami vous faites! Que je
vous reconnais bien là! Vos
paroles m'ont fait du bien.
Il m'a été bien doux de vous
retrouver.
Maar dat is treurig. Je moet
je wat vermannen, jij, die
zooveel talent bezit. Bedenk,
wie en wat je bent.
Ja, je hebt gelijk. Ik moet het
een of ander doen om naam
te maken. De wereld zal een-
maal weten, wie en wat ik
ben. In den beginne zal men
wel zeggen: „Wat krijgt dat
advocaatje in zijn hoofd?"
Maar wat doet er dat toe?
En mocht men den draak
met me steken, welnu, men
zal zien, met wien men te
doen heeft. Men weet niet,
waartoe ik in staat ben. Ik
gevoel iets in mij, waarmee
ik de wereld verbazen zal.
Weet je wel, dat je me ver-
baast? Een man met zooveel
vuur, zooveel geestdrift, —
waarom begin je niet aan-
stonds ? Schep moed! Ik heb
vertrouwen in je. Weldra zal
men niet weten, wat meer te
bewonderen, je kennis, of je
welsprekendheid.
Welk een vriend vind ik toch
in je! Hoezeer herken ik je
daarin! Je woorden hebben
me goed gedaan. Het is me
een genoegen, dat ik je weer-
gezien heb.
183.
Quoi de nouveau {fam. neuf)?
(Quelles nouvelles?) Quel est
ce bruit? Qu'est-ce qui se
passe ? (Que se passe-t-il ?)
Dites-moi donc ce qui se passe.
Wat nieuws? Wat is dat voor
een leven? Wat valt er toch
voor? Zeg me toch eens,
wat er gebeurt?