Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
VRAGENDE VOORNAAMVi^OORDEN.
179
éclaté. „Pour qui me prenez-
vous, monsieur?" ai-je dit.
„J'aimerais mieux donner
mon livre à n'importe qui
pour rien." „Comme vous
voudrez, monsieur," mVt-il
dit froidement. Que ^^ faire ?
Longtemps je ne savais que
faire ; enfin je me suis adressé
à M. Ledoux, qui m'a ac-
cueilli avec bienveillance.
„Qu'est-ce que c'est? Voyons
ce que c'est. Savez-vous
bien ce que vous faites, en
faisant de la poésie ? Mauvais
métier, mon cher monsieur,
mauvais métier. Vous ne
savez pas ce que vous faites,
en vous consacrant à un
métier si ingrat." „Ah, que
me dites-vous là, monsieur?"
lui ai-je dit. „Vous voulez
briser mes espérances les
plus chères!" „Je sais bien
ce que je ferais à votre
place." „Eh bien, queferiez-
vous?" „Je brûlerais tous mes
vers." „Oh non, vous ne le
feriez pas, si vous sentiez que
vous avez le feu sacré, et je
sens que je l'ai." „Voyons,
qu'est-ce que c'est que ce feu
sacré? Expliquez-moi ce que
cela veut dire. Vous ne ré-
pondez pas; vous voyez bien
que vous ne savez pas môme
ce que c'est." „Monsieur, je
sais bien ce que c'est ; je sens
ce que c'est, mais je ne sais
pas bien vous l'expliquer.
C'est ce je ne sais quoi qui
Toen barstte ik los. „Voor
wien ziet u me aan, mijnheer?"
zei ik. „Ik gaf nog liever
mijn boek aan den eerste
den beste voor niets." „Zoo-
als u verkiest, mijnheer,"
zei hij kalm. Wat te doen?
Langen tijd wist ik niet, wat
ik doen zou; eindelijk heb
ik me gewend tot mijnheer
Ledoux, die me welwillend
ontving. „Wat is er? Kom,
laat eens zien, wat het is.
Weet u wel, wat u doet,
als u verzen schrijft ? Een
slecht bedrijf, waarde heer,
een slecht bedrijf. U weet
niet, wat u doet door u aan
zoo'n ondankbaar bedrijf te
wijden." „O, wat zegt u me
daar, mijnheer?" zei ik tot
hem. „U wil mijn dierbaarste
hoop vernietigen!" „Ik weet
wel, wat ik in uw plaats
doen zou." „Welnu, wat zou
u doen?" „Ik zou al mijn
verzen verbranden." „O neen,
dat zou u niet doen, als u
gevoelde, dat u het heilige
vuur bezat, en ik gevoel,
dat ik het bezit." „Nu, zeg
eens, wat is eigenlijk dat
heilige vuur? Leg me eens
uit, wat dat zeggen wil. U
antwoordt niet; u ziet wel,
dat u zelfs niet weet, wat
het is." „Mijnheer, ik weet
wel, wat het is; ik gevoel,
wat het is, maar ik kan het
u niet goed uitleggen. Het
is dat zeker iets, dat iemand
12*