Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
168
BETREKKELIJKE VOORNAAMWOORDEN. 186
pas. Il n'y a pas plus de
déficit que sur ma (la) main.
A la bonne heure ; nous verrons.
Mais je vous remercie tout de
même de m'avoir prévenu.
Il n'y a pas de quoi.
toe. Er is net zooveel te kort
als hier op mijn hand ligt.
Nu goed, we zullen zien.
Maar ik bedank u toch [in
allen gevalle], dat u me ge-
waarschuwd heeft.
Geen dank.
173.
Voici une lettre par laquelle
on m'apprend que j'ai perdu
ce que j'avais de plus cher,
mon ami Legrand, chez qui
{moins souvent: lequel) je pas-
sais autrefois toutes mes soirées.
Voilà qui me fait de la peine
pour vous. C'est celui dont
on a tant parlé, n'est-ce pas,
qui a cru voir un revenant?
C'est le même. Tout brave
qu'il était, il a tremblé en
voyant le prétendu spectre,
rempli qu'il était de super-
stitions, du moment qu'il a
commencé à s'occuper de
spiritisme. Dès qu'il a eu
cette prétendue vision, il n'a
plus été le même.
Eh bien, moi, tel que vous me
voyez, j'ai cru en avoir une
aussi, mais je me suis bien
vite aperçu que ce n'était
rien. A l'heure qu'il est (par
le temps qui court) il n'y a
plus de spectres, ou on n'y
croit plus, ce qui revient à
peu près au même.
Quel jour est-ce que cela vous
est arrivé?
C'est le soir que vous êtes allé
Daar krijg ik een brief, waarin
men mij meldt, dat ik het
dierbaarste, wat ik bezat^
verloren heb, mijn vriend
Legrand, bij wien ik vroeger
al mijn avonden sleet.
Dat doet mij leed om u. 't Is
immers dezelfde, over wien.
men zooveel gesproken heeft,
die meende een spook gezien
te hebben?
Juist, dezelfde. Hoe moedig hij
ook was, sidderde hij bij het
zien van het gewaande spook,
hij die, sedert hij was begon-
nen zich met het spiritisme
af te geven, vol bijgeloof was.
Zoodra hij die zoogenaamde
verschijning gehad heeft, is
hij dezelfde niet meer geweest.
Nu, ik zelf heb er ook een
meenen te zien, maar ik heb
heel gauw gemerkt, dat het
niets was. Tegenwoordig zijn
er geen spoken meer, of men
gelooft er niet meer aan, het-
geen zoo wat op hetzelfde
neerkomt.
Op welken dag is u dat over-
komen ?
Op den avond, toen u naar