Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
164
BETREKKELIJKE VOORNAAMWOORDEN.
OU „chef, surtout dans les
grandes maisons et les hôtels ;
mais nous autres bourgeois
qui vivons modestement,
nous nous contentons d'une
cuisinière.
reiden en die heet dan kok of
chef, vooral bij aanzienlijken
en in deftige logementen;
maar wij burgermenschen,
die op een bescheiden voet
leven, vergenoegen ons met
een keukenmeid.
167.
Voilà celle que j'aime et qui
m'aime. C'est celle à qui
(moins souvent: à laquelle)
parle mon frère en ce mo-
ment. Voilà la femme qu'il
me faut. Voilà celle qui fera
mon bonheur; voilà celle dont
je ferai le bonheur. Elle est
belle, et qui plus est, elle est
bonne. Le bonheur chez moi,
c'est ce qu'il me faut.
Il faut réfléchir bien avant de
faire son choix. Voilà Charles
qui s'est marié étourdiment
après une connaissance de
quelques jours. Il a cru aussi
trouver ce qu'il lui fallait.
Mais il [n']a [que] ce qu'il
mérite.
Daar is zij, die ik bemin en
die mij bemint. Het is die
[dame], met wie mijn broe-
der op 't oogenblik spreekt.
Dat is de vrouw, die mij
past. Dat is de vrouw, die
mij gelukkig zal maken; en
dat is zij, die ik gelukkig
zal maken. Ze is schoon, en
wat meer zegt, ze is goed.
Huiselijk geluk, dat is het,
wat ik hebben wil.
Men behoort goed na te den-
ken , alvorens men een keuze
doet. Zie Kargl maar eens,
die maar lichtzinnig getrouwd
is na een kennismaking van
eenige dagen. Hij meende
ook te vinden, wat hij heb-
ben wilde. Maar hij heeft
zijn verdiende loon.
168.
Monsieur, c'est vous que je
cherche.
Est-ce à moi que vous parlez?
Oui, monsieur, c'est à vous
que je parle"®, et je crois
m'adresser à qui de droit.
Voici ce dont il s'agit. J'ai
Mijnheer, ik zoek juist naar u.
Bedoelt u mij?
Ja, mijnheer, u bedoel ik en
ik geloof, dat ik me tot den
rechten persoon wend. Zie-
hier de zaak. Ik bezit een