Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
55a
162 AANWIJZENDE VOORNAAMWOORDEN.
familie. Dat meende ik; dat voorhoofd, dat gelaat, die oogen,
die stem; alles doet mij aan hem denken. En toch is hij eenigs-
zins veranderd; hij zal zijn baard afgeschoren c) hebben; dat heeft
mij doen twijfelen. Men kan zich vergissen; dat gebeurt dikwijls.
Ditmaal vergist u zich niet.
Kent u die dame? Die daar? Neen, deze iets (/) dichter bij.
Neen, ik ken die daar wel, maar deze niet. Dat is jammer.
Waarom? Omdat deze dame schooner is dan die.
Laten we deze woning[eens] zien. Zijn het deze kamers?
Ja, deze zijn het. Deze kamer is te donker; ik heb liever die
daar naast. AVelke kamer heeft u liever, deze of die? Deze ka-
mer is fraaier dan die; die daar is wel/) grooter, maar deze is
geriefelijker. Deze kamers zijn groot en fraai.
Welke boeken heeft u liever, deze of die? Deze zijn fraaier
dan die, maar die zijn onderhoudender^).
Laten we dien winkel binnengaan. Laten we dat [eens] bezien.
Dit is beter dan dat. Dat is te begrijpen.
Hoe gaat het, beste vriend? Dank u, het gaat goed, tamelijk
goed, en met u? Zoo zoo. 't Is naar, maar 't is eenmaal zoo.
Men moet erin berusten; men moet bedenken, dat het nog erger
zou kunnen zijn. Juist, zóó moet men doen. Maar dat is niet
genoeg; men moet ook trachten het te verhelpend). Voor mij is
het een ernstige zaak; „te zijn of niet te zijn, ddt is de kwestie",
zooals Shakespeare zegt. Ik heb erover gedacht, naar Parijs te
gaan om N., den beroemden dokter te raadplegen. Dat is een
goed denkbeeld. Dat heb ik [ook] gedacht. Met verlof van de
dames en heeren, ga ik thans heen. Tot weerziens, neem u
maar goed in acht. Dank u voor uw vriendelijkheid. Geen dank.
Het is schoon, te sterven voor het vaderland, ons aller moe-
der, niet waar? Ja, dat is waar, als het voor een goede zaak
is. Weliswaar /) zijn niet alle zaken goed. Dat is ook waar.
Maar het wordt laat; het is bij elven; het is tijd om naar huis
te gaan.
a) Dien daarnaast, celui d'à côté. b) dokter bij, celui de. c) hij
zal zijn b. afgeschoren hebben, il se sera coupé la h. d) iets, un peu.
e) woning, appartement. f) wel, (weliswaar), il est vrai que. g) onder-
houdend , amusant. h) verhelpen, porter remtde à.