Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
157 AANWIJZENDE VOORNAAMWOORDEN.

que c'est vrai. Il est vrai
que c'est inattendu. Lui si
jeune, si fort! C'est une
douloureuse surprise. C'est
qu'hier il se portait bien !
Il est de ces coups qu'on ne
saurait parer. Il arrive des
malheurs imprévus tous les
jours. Cela arrive souvent.
Ce[la] n'est que trop vrai. On
croit que ça durera toujours,
et puis ça s'arrête tout d'un
coup. La mort va (Jam. la
mort, ça va) plus vite qu'on
ne pense. — Et puis cet
homme était d'une insouciance!
Tant que ça durait, il ne
pensait qu'à s'amuser avec
ses amis. Il était si bon, si
aimable, si amusant, qu'on
ne pouvait pas ne pas l'aimer
(qu'on ne pouvait pas s'em-
pêcher de l'aimer). Et pour-
tant on commençait à se dire :
Ça ne peut pas durer comme
ça. Ceci va mal.
C'est vrai. Du moins, c'est
ce qu'on dit. C'est ce que
j'ai cru aussi. Ce qui me l'a
fait croire, c'est son air in-
quiet.
Et maintenant il n'a rien laissé
à ses enfants.
Eh bien, ne suis-je pas là?
Que voulez-vous dire par là?
Que vous allez prendre soin
d'eux? Est-ce là ce que vous
voulez dire?
Oui, c'est [là] ce queje veux dire.
Il n'y a là rien d'étonnant. Il
n'y a là rien que de très naturel.
het is blijkbaar de waarheid,
't Is waar, 't is onverwacht.
Hij zoo jong, zoo sterk.'t Is
een smartelijke verrassing. Gis-
teren nog was hij welvarend!
Er zijn van die slagen, die men
niet weren kan. Er gebeuren
alle dagen onvoorziene onge-
lukken. Dat gebeurt dikwijls.
Dat is maar al te waar. Men
denkt, dat het maar altijd
zoo zal voortgaan, en dan
staat alles op eenmaal stil.
De dood komt sneller dan
men denkt. — En daarbij
komt, dat die man verbazend
zorgeloos was! Zoo lang hij
leefde, dacht hij aan niets
dan aan pret maken met zijn
vrienden. Hij was zoo goed,
zoo vriendelijk, zoo onder-
houdend, dat men hem wel
liefhebben moest (moest lief
krijgen). En toch begon men
te zeggen: Dat kan zoo niet
voortgaan. Dat loopt verkeerd.
Dat is waar. Ten minste zoo
zegt men. Dat heb ik ook
gemeend. Wat mij er toe
bracht het te gelooven, was
zijn gejaagdheid.
En nu heeft hij zijn kinderen^
niets nagelaten.
Nu, ben ik er dan niet?
Wat bedoel je daarmee? Dat
je voor hen zult zorgen?
Bedoel je dat?
Ja, dat bedoel ik. Daar is niets
verwonderlijks in. Dat is heel
natuurlijk.