Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
154
AANWIJZENDE VOORNAAMWOORDEN.
nous ne saurons jamais. Il
est donc inutile d'en parler.
Cela ne fait rien; on peut se
le figurer.
Je trouve qu'on peut s'en
passer.
C'est ennuyeux {fam. embêtant)
tout de même.
C'est bête, mais c'est comme ça.
Moi je trouve les bêtes bêtes;
que serait-ce, si elles avaient
le don de la parole?
zullen we nooit te weten ko-
men. Het is dus onnoodig
daarover te spreken.
Dat doet er niets toe; men kan
het zich verbeelden.
Ik vind, dat men (we) er wel
buiten kan (kunnen).
't Is toch vervelend.
't Is naar, maar 't is nu eenmaal
zoo. Ik voor mij vind de
dieren dom; hoe zou het dan
zijn, als zij konden spreken?
159,
Comme c'est beau ici ! Ah, que
c'est beau! Est-ce beau, ça!
C'est beau, n'est-ce pas?
(N'est-ce pas que c'est beau ?)
Cette maison, cet apparte-
ment, cet ameublement (ce
mobilier), ce jardin, ces
arbres, ces fleurs, cette vue,
c'est tout ce qu'il y a de
"plus] beau.
Oui, ce n'est pas mal; mais
tout ça m'a coûté cent mille
francs.
Que ça!
C'est pourtant raide {fam.), *
Pas tant pour une si belle pro-
priété.
Wat is het hier mooi! O, hoe
mooi! Wat is het mooi! 't Is
mooi, niet waar? (Is het niet
mooi?) Dat huis, die ver-
trekken (kamers), die meu-
bels, die tuin, die boomen,
die bloemen, dat uitzicht,
iets mooiers is er niet te
bedenken.
Ja, 't gaat nog al; maar dat alles
bij elkander heeft me honderd-
duizend franc gekost.
Niet meer!
't Is toch veel (nog al kras).
Niet zoo veel voor zoo'n fraai
landgoed.
160.

Eh bien, mon cher docteur,
comment ca va-t-il?
Wel, waarde dokter, hoe gaat
het?
Deftiger: C'est beaucoup, c'est très cher {bien cher).