Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
153 AANWIJZENDE VOORNAAMWOORDEN.

stances, on ne peut rien
faire. Et maintenant il est
parti [en voyage] sans m'en
prévenir; il ne manquait
plus que cela. Mais si c'est
comme ça, je n'ai plus
rien à lui dire. C'est fini;
c'en est fait; je ne le con-
nais plus.
C'est fâcheux pour M. Pasteur;
cela lui apprendra une autre
fois à recevoir mieux les
gens. Il a ce qu'il mérite.
heeft weggezonden. U be-
grijpt, dat men onder zulke
omstandigheden niets kan uit-
voeren. En nu is hij op reis
gegaan, zonder me te waar-
schuwen; dat ontbrak er nog
aan. Maar als het zoo gesteld
is, heb ik hem niets meer te
vertellen, 't Is uit; 't is ge-
daan; ik ken hem niet meer.
't Is jammer voor mijnheer Pa-
steur; dat zal hem leeren in
't vervolg de menschen beter
te ontvangen. Hij heeft zijn
verdiende loon.
158,
„En ce temps-là* il y eut un
roi qui avait trois filles "
Ainsi commencent les bons
anciens contes de fées. Quel
charmant temps que „ce
temps-là" ! Quel contraste
entre ce temps plein de mer-
veilles, ces rêves couleur de
rose, ces régions idéales
peuplées de géants, de petits
poucets et de princesses, et
cette dure et pauvre réalité
du monde actuel ! A cette
époque-là les animaux par-
laient. A présent ils n'ont
plus ce don ; c'est bien dom-
mage. Que de belles choses
ils nous apprendraient!
C'est possible ; mais c'est ce que
„In dien tijd was er een koning,
die drie dochters had." Zoo
beginnen de goede, oude
sprookjes. Wat een heerlijke
tijd was het in „dien tijd!"
Welk een contrast tusschen
dien wondervollen tijd, die
rooskleurige droomerijen, die
ideale landen, bevolkt met
reuzen, met Klein-Duimpjes
en met prinsessen, en de
harde, akelige werkelijkheid
van de tegenwoordige wereld!
In dien tijd konden de dieren
spreken. Thans missen zij die
gave; 't is erg jammer. Wat
al moois zouden ze ons an-
ders leeren (vertellen)!
Dat is wel mogelijk; maar dat
* „In dien tijd", dat is in een zel<eren, lang vervlogen tijd. Overigens
zegt men in Fransche sproolijes ook: II y avait nne fois nn roL „De
goede, oude tijd," le bon vieux teinps.
üää