Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
IX.
Les pronoms démon-
str.Hifs *.
De aauwijzende voorn.aam-
woorden.
152.
Donne-moi ce livre.
Ce livre-ci ou ce livre-là?
Celui-ci, non pas celui-là.
I.e voilà; mais ce n'est pas le
tien, c'est celui de ton frère.
Non, ce livre est plus beau
que celui de mon frère que
voilà.
Voyons les deux; oui, celui-ci est
plus beau que celui-là. Tous
ces livres-ci sont plus beaux
que ceux-là.
Oui, ceux-ci valent mieux.
Geef mij dat boek.
Dit boek of dat boek?
Dit, dat niet.
Hier is het; maar het is jouw boek
niet, het is van je broeder.
Neen, dit boek is mooier dan
dat van mijn broeder, dat
daar ligt.
Laten we ze beide eens bezien;
ja, dit is mooier dan dat.
Al deze boeken zijn mooier
dan die.
Ja, deze zijn beter.
153.
Quel est eet homme?
Lequel? Cet homme-ci ou cet
homme-là ?
Celui que vous voyez là-bas,
au parterre.
Je dois connaître ce monsieur.
Ce doit être ce monsieur qui
venait si souvent autrefois
chez l'oncle Bernard.
Wie is die (wat is dat voor
een) man?
Welke? Deze man of die daar?
Dien je daar ginds in het par-
terre ziet.
Ik moet dien mijnheer kennen.
Dat moet die mijnheer zijn,
die vroeger zoo dikwijls bi]
oom Bernard kwam.
De zelfstandige en bijvoeg, vormen worden te zamen behandeld.