Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
VUL
Les pronoms possessifs
Bezittelijke vooruaam-
woorden.
145.
Bonjour, [mon] père; bonjour,
ma] mèret; bonjour, mon
oncle; bonjour, ma tante;
bonjour, tout le monde
[toute] la compagnie).
Bonjour, mon enfant; bonjour,
mon ami.
Bonjour, mon cousin.
Bonjour, ma cousine; bonjour
mon amie.
Dis donc, maman ([petite
mère), comment vas-tu ? Com-
ment va ta migraine et ta
toux?
Ma migraine va mieux, ma toux
aussi.
Tant mieux.
Dag, pa; dag, ma; dag, oom;
dag, tante; dag, allemaal.
Dag kind; dag, vriendje.
Dag, neef.
Dag, nicht[je]; dag, beste
vriendin.
Zeg, mama (moedertje) hoe gaat
het met u ? Hoe gaat het met
uw [scheêl] hoofdpijn en uw
hoest?
Mijn hoofdpijn is beter, en mijn
hoest ook.
Des te beter (dan is 't goed).
Uiu
Vous arrivez de Paris, made- Komt u uit Parijs, [jongejuf-
moiselle ? frouw] ?
Oui, mademoiselle. Ja, [jongejuffrouw^.
Allez-vous rester longtemps avec Zal u lang bij ons blijven
nous ? [logeeren] ?
" De bijvoegelijke en zelfstandige vormen worden te zamen behandeld.
"f Men zegt bonjour ^ pïre {»ure) t precies zooals men bonjour ^ papa
{mavian) zegt; doch ^^inon pere''' drukt meer ontzag uit.
fiüii