Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
BETREKKELIJKE VOORNAAMWOORDEN.
137
Comme vous y allez!
Il fait sombre ; on n'y voit pas.
Une personne qui n'y voit pas
une personne aveugle).
Il s'y prend adroitement.
Il s'en tire bien.
Il en est bien" capable.
Elle en aime un autre.
A qui en avez-vous?
Où en soîîimes-nous ?
Où en êtes-vous dans (de) votre
livre ?
On ne sait jamais où l'on en
est avec lui.
Si le cœur vous en dit, prenez.
Goûtez-moi ça (ce vin); vous
m'en direz des nouvelles
{fam).
Vous m'en direz tant!
Il en a été quitte pour la peur.
Il en sait bien long.
Vous en savez plus long que moi.
Je m'en flatte.
Je m'en vante.
Vous êtes un grand artiste, moi
j'en suis un petit.
Ce monde nouveau est char-
mant ; il a cela d'agréable
qu'au bout d'un certain temps
qu'on y est, on croit qu'on
en est*.
Wat trek je er op los (wat
draaf je door)!
Het is donker; men kan (we
kunnen) niet meer zien.
Iemand, die niet zien kan (een
blinde).
Hij legt het handig aan.
Hij redt er zich goed uit.
Hij is er wel toe in staat.
Zij bemint een ander.
Op wien heb je het toch ge-
munt?
Waar zijn we [gebleven] ?
Waar ben je in je boek [ge-
bleven] ?
Men weet nooit, wat men aan
hem heeft.
Als je lust hebt, ga je gang
(tast toe).
Proef me dat (dat wijntje) eens;
dat is wat fijns.
Wat je zegt! (ook: Ja zoo, dat
is wat anders!)
Hij is er met den schrik afge-
komen.
Hij weet [er] veel [van].
Je weet er meer van dan ik.
Daar vlei ik me mede. (Dat is
zoo onmogelijk niet).
Daar beroem ik me op.
U is een groot kunstenaar en
ik een klein.
Die nieuwe gezelschapskringen
zijn allerliefst en hebben dit
aangename, dat men, na er
eenigen tijd in verkeerd te
hebben, meent, dat men er
toe behoort.
Dumas fils, VEtrangère^ 6.