Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
13(5
PERSOONLIJKE VOORNAAMWOORDEN.
142.
l'égorge
me lui
Maître Jacques. Je m'en vais
revenir. Qu'on me
tout à l'heure; qu'on
fasse griller les pieds; qu'on
me le mette dans l'eau bouil-
lante, et qu'on me le pende
au plancher.
Harpagon. Qui? celui qui
m'a volé?
Maître Jacques. Je parle
d'un cochon de lait que votre
intendant vient de m'envoyer
et que je Veux vous accommoder
à ma fantaisie.
(Molu're, L'Avare, V, 2, extrait modernisé)
Jacob. Ik kom dadelijk terug.
Laat men het dadelijk den hals
afsnijden; laat men zijn pooten
op den rooster braden; laat
men het in kokend water
leggen en aan den zolder op-
hangen.
Harpagon. Wien? Die mij
bestolen heeft?
Jacob. Ik spreek van een
speenvarken, dat uw hofmeester
mij zoo pas heeft gezonden, en
ik zal het u naar mijn smaak
toebereiden.
(Molière, Dc Vrek, V, 2)
143.
Sur le boulevard, après de lon-
gues hésitations, deux messieurs
à lorgnons s'abordent:
— Monsieur . . .
— Monsieur . . .
— N'êtes-vous pas M. . .?
— Et vous M. . .?
(Kiisemhie) Non, monsieur.
— Monsieur . . .
— Monsieur . . .
(Almiinach parisien, 188(i.)
Op den boulevard spreken
twee heeren met lorgnetten op,
elkaar na lange aarzeling aan:
— Mijnheer ....
— Mijnheer ....
— Is u niet Mijnheer. . . . ?
— En u Mijnheer . . . .?
(Tegelijk) Neen, mijnheer.
— Mijnheer ....
— Mijnheer ....
144.
Lettre de J. Noriac à un di-
recteur de théâtre :
Cher ami,
Je t'envoie un acteur.
Il se dit comique.
S'il l'est, remercie-moi.
S'il ne l'est pas, remercie-le.
J. Noriac.
Brief van J. Noriac aan den
directeur van een schouwburg:
Amice!
Ik stuur je een tooneelspeler.
Hij zegt, dat hij een komiek is.
Is hij het, bedank mij dan.
Is hij het niet, bedank hem dan.
J. Noriac.
{Ahuaiwch parisien, IH^id.)