Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
13(5
PERSOONLIJKE VOORNAAMWOORDEN.
N'y pensons plus.
Au contraire, pensons-y.
Y pensez-vous? (Vous n'y pensez
pas?) Qu'y aurais-je à faire?
Je n'en ai que faire, de votre
Paris.
Qu'est-ce que vous avez ? Pour-
quoi vous y opposez-vous si
obstinément? Qu'y trouvez-
vous à redire? Qu'y trouvez-
vous de si extra-vagant, de si
impossible? Ah, j'y suis.
Mais vous n'y êtes pas du tout.
Je sais votre raison. Mais voilà
une raison qui n'en est pas
une.
En êtes-vous bien sûr?
J'en suis bien sûr.
Je n'en sais rien, mais j'en
doute.
Je sais ce qui en est; vous
n'avez pas d'argent.
J'en conviens. Je n'en discon-
viens pas.
Ah, je m'en doutais bien. S'il
en est ainsi, en voilà. J'en
ai pour nous deux. Ne vous
gênez pas avec moi. Entre
amis, on ne se gêne pas. En
veux-tu, en voilà. Vous voyez,
je n'en démords pas.
Eh bien, franchement, j'ac-
cepte; j'en suis; j'y vais avec
vous.
Je m'y attendais. Alors, je
compte sur vous, et je vous
emmène.
Laten we er niet meer aan denken.
Integendeel, laten we er wel
aan denken.
Hoe komt het bij je op? Wat
zou ik er doen (uitvoeren)?
Ik heb met je Parijs niets
te maken.
Wat scheelt je toch? Waarom
verzet je je er zoo hardnek-
kig tegen? Wat vind je er
op aan te merken ? Wat vind
je er toch zoo buitensporig,
zoo onmogelijk in? ö, ik
weet het al.
Och kom, je weet er niets van.
Ik weet waarom. Maar 't is een
reden, die nergens op gelijkt.
Ben je daar zoo zeker van?
Daar ben ik zeer zeker van.
Ik weet het niet, maar ik be-
twijfel het.
Ik weet al, wat het is; je hebt
geen geld.
Dat erken ik. Dat ontken ik
niet.
O, dat dacht ik wel. Als het
zoo gesteld is, welnu, daar
heb je dan geld. Ik heb ge-
noeg voor ons beiden. Ge-
neer je niet voor mij. Onder
vrienden, moet men zich niet
geneeren. Neem gerust, zoo-
veel je wilt. Je ziet, ik laat
je niet los.
Nu, goed, ik neem het aan; ik
ben van de partij; ik ga met
je mee.
Dat verwachtte (dacht) ik wel.
Dus reken ik op je en ik
neem je mee.