Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
13(5 PERSOONLIJKE VOORNAAMWOORDEN.

Monsieur, pern:iettez-moi de vous
présenter monsieur Duchêne,
fils de réminent médecin.
Ah, monsieur, charmé de faire
votre connaissance. Tiens !
vous êtes le fils de Duchêne ?
Mais alors nous sommes un
peu (une espèce de) cousins.
Or entre cousins on ne se
dit pas vous {fam. on ne
se vouvoie pas), on se
tutoieVeux-tu?
Si tu veux, avec bien du plaisir.
C'est dit (convenu). Voilà qui
est fait.
Sta mij toe, u mijnheer Duchêne
voor te stellen, den zoon van
den beroemden geneesheer.
Hoogst aangenaam kennis met
u te maken, mijnheer. Zoo,
is u de zoon van Duchêne?
Wel, dan zijn we nog verre
neven. En neven spreken
elkaar niet met u, maar met
je (jij en jou) aan. Wil je dat
doen?
Met veel genoegen, als je dat
wilt.
Afgesproken. Dat is in orde.
139,
Venez-vous de Paris?
Oui, j'en viens.
Allez-vous souvent à Paris?
Oui, j'y vais assez souvent.
Qu'est-ce que vous y faites?
J'y fais des affaires.
En connaissez-vous toutes les
rues?
Oh non, je n'en connais pas
toutes les rues; qui les con-
nut? Mais j'y trouve bien
mon chemin. Voulez-vous y
aller avec moi?
Je m'en garderai bien. (Plus
rarement: Je n'ai garde d'y
aller Je ne m'en soucie pas.
Je n'y tiens pas. Ne m'en
parlez pas; n'en parlons pas.
Au contraire, parlons-en.
Kom je van Parijs?
Ja, daar kom ik vandaan.
Ga je nog al eens naar
Parijs?
Ja, ik ga er vrij dikwijls heen.
Wat ga je daar doen?
Ik ga er heen voor zaken.
Ken je er alle straten (weet je
er goed den weg)?
O neen, ik ken er alle straten
niet; wie kent ze alle[maal] ?
Maar ik kan er den weg wel'
vinden. Ga je eens met me
mee daarheen ?
Dat zal ik wel laten. (Daar zal
ik wel op ])assen.) Ik heb er
volstrekt geen zin in. Ik geef
er niet om. Spreek er me
niet van; laten we daarover
niet meer spreken.
Integendeel, laten we er wel
over spreken.