Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
13(5 PERSOONLIJKE VOORNAAMWOORDEN.

châles, de robes de cham-
bre, de couvertures. Il n'est
déjà pas beau de sa per-
sonne (rarement: beau de
soi), mais avec tout cela il
devient grotesque.
niet graag alleen. Kortom, hij
vertroetelt zich; hij stopt er
zich warmpjes in, met doeken,
kamerjaponnen, dekens. Hij
is toch al niet mooi, maar
met al die dingen ziet hij er
potsierlijk uit.
134.
II ne faut pas penser qu'à
soi ; il faut s'entr'aimer et
s'entr'aider en ce monde.
Sinon, il n'y aurait que le
combat (la lutte) pour l'ex-
istence, une guerre conti-
nuelle. Il faut être Darwi-
niste ou soldat pour croire
que les hommes ne sont sur
terre que ]30ur s'entre-tuer
ou pour se dire : ôte-toi [de
là] que je m'y mette.
Men moet niet uitsluitend aan
zich zelf denken; we moeten
elkander liefhebben en helpen
in deze wereld. Anders zou
er niets overblijven dan de
strijd om 't bestaan , een oor-
log zonder einde. Men moet
Darwinist of soldaat zijn om
te gelooven, dat de menschen
slechts op aarde zijn om el-
kaar te dooden, of elkaar
toe te roepen: ga heen, en
maak plaats voor mij.
135.
Ce vieux monsieur m'a paru
me regarder; il m'a paru
s'intéresser à moi. Je serais
curieux de le connaître (de
faire sa connaissance).
Voulez-vous que je vous le pré-
sente ?
Pardon, il vaut mieux me pré-
senter à lui.
Die oude heer scheen me aan
te kijken; hij scheen belang
in me te stellen. Ik zou
gaarne eens kennis met hem
maken.
Zal (wil) ik hem eens aan u
voorstellen ?
Neen, 't is beter, dat u mij
aan hem voorstelt.
130.
Eh bien, avez-vous fait la con-
naissance de ce monsieur?
Vous l'êtes-vous fait présenter?
Je ne me le suis pas fait pré-
senter, mais je me suis fait
présenter à lui; c'était plus
Nu, heeft u kennis gemaakt
met dien heer? Heeft u hem
aan u laten voorstellen?
Ik heb hem niet aan mij laten
voorstellen, maar ik heb me
aan hem laten voorstellen;
STORM, Fransche Spreekoefeningen. 2e druk.