Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
13(5
PERSOONLIJKE VOORNAAMWOORDEN.
126.
Qu'as-tu donc à crier, à hurler
comme ça*? Tais-toi donc,
méchant garçon! Veux-tu te
taire? Te tairas-tu? Si tu ne
te tais pas, je saurai te faire
taire malgré toi.
Je me tais, ma mère, je me
tais. Je me suis tu tout
de suite. Je ne dis plus un
mot.
Tu m'ennuies {fa7n, m'embêtes).
Va-t'en, méchant (vilain) gar-
nement. Veux-tu t'en aller?
T'en iras-tu? Ne t'en iras-tu
pas ? Faut-il que je me lève f ?
Permets-moi donc de rester
auprès de toi, petite mère.
Eh bien, reviens, ne t'en va
pas. Je te pardonne. Je m'en
veux (suis fâchée) de t'avoir
grondé, puisque tu te repens.
Waarom schreeuw je, waarom
huil je toch zoo? Houd je
mond toch, ondeugende jon-
gen ! Wil je wel eens zwijgen ?
Als je niet zwijgt, zal ik je wel
tot zwijgen weten te brengen.
Ik zwijg al, moe, ik ben al
stil. Ik heb me dadelijk stil
gehouden. Ik zeg geen woord
meer.
Je verveelt me. Ga weg, on-
deugende jongen. Wil je wel
eens weggaan? Zal je weg-
gaan? Ga je niet weg? Moet
ik opstaan?
Laat me dan bij u blijven,
lieve moe[der] (ma).
Nu, kom dan maar, ga dan
maar niet weg. Ik vergeef
het je. Het spijt me, dat ik
je beknord heb, nu je er be-
rouw over gevoelt.
127.
Vous allez au théâtre ? Amusez-
vous bien. — Vous êtes-vous
bien amusé?
Oui, je me suis beaucoup amusé.
Nous nous sommes bien amu-
sés tous les deux.
J'en suis charmé (enchanté).
C'est ennuyeux {fam. embê-
tant): je me suis trom])é de
chapeau, et je ne m en suis
aperçu que trop tard.
Ga je naar de komedie ? Amu-
seer je goed. — Heb je je
goed geamuseerd?
Ja, ik heb me zeer goed geamu-
seerd. We hebben ons [alle]
beiden goed geamuseerd.
Dat doet me plezier (genoegen),
't Is vervelend: ik heb een
verkeerden hoed meegeno-
ruen en ik heb het te laat
gezien.
* De spreekster is een vrouw uit de volksklasse.
t Minder gebruikelijk, en meer boekentaal is: me leverai-je? dat ik bij-
voorbeeld een Fransch geleerde, onder dezelfde omstandigheden als in den
tekst, heb hooren zeggen tegen zijn zoontje, dat niet naar bed wilde gaan.