Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
XII VOORREDE.
leiding van Fransclie onderwijzers, die liunne ingenon>en)ieid met liet
boek hebben betuigd.
Het volgt in hoofdtiekken de iiu'iehting van de gewone schoolspraak-
kunst, doch zoo, dat ovei-al zoo veel als mogelijk is onder gelijksoortige
gezichtsf)unten is sa mengebi-acht. Zoo zijn de leer <ler vormen en de
syntaxis tegelijk behandeld, immers welk nut heeft het, de vormen te
leeren zoinler het gebruik daarvan ? Evenzoo zijn verbondene en niet-
verbondene voornaamwoorden te zamen behandeld. Ik rangschik de
taalvei'schijnselen in groote groepen, één voor elk hoofdstuk. In elke
groej) heb ik getracht de voorbeelden op natuni-lijke wijze te vei-mengen,
waardoor naar eene gepaste afwisseling wordt gestreefd. In de afzonder-
lijke gesprekken zijn de uitdrukkingen en zinswendingen naar begrippen
en verbiuilingen van begrippen gerangschikt. Daarentegen heb ik het
vermeden, in elk deel slechts eene enkele soort van vooi-beelden op te
nemen, waai-door eene onverdraaglijke eentonigheid ontstaat en de leer-
ling spoedig het ..kunstje'' machinaal leert, om het in het volgende stukje
voor een nie\iw „kunstje" te vergeten. Ik heb ook V(dstrekt niet geaar-
zeld, hier en daar, waar de samenhang het eischte, enkele vooi'beeMen
op te nemen, die eerst in de volgende hoofdstukken thuis behooien.
Men behoeft in deze zaken niet schoolmeesterachtig te werk te gaan.
Bijna alle gesprekken heb ik zelf opgesteld *. De stof heb ik sedert
geruimen tijd bijeengebracht, deels door eigen waarneïning en naar
eigen ervaring, deels uit de literatuur, voornamelijk uit tooneelstukken
en novellen. Slechts zelden iieb ik samenhangende stukken uit de lite-
ratuur kunnen gebi'uiken, en dan steeds den schrijvei' genoemd. In het
algemeen is de stof, vooral in de nieuwere literatuui', zoo ingewikkeld
en bont. dat het opnemen van volledige stukken niet met mijn plan te
vereenigen was. Het best leende MOI.IÈRE zich <laartoe met zijn edelen,
klassieken eenvoud; zijn taal is echter eenigszins verouderd. Uit eerbied
vooi' den grooten dichter heb ik het niet gewaagd zijn tekst te moder-
niseei'en *[■; daarentegen heb ik de belangrijkste afwijkingen van het
iiuidige spraakgebruik in de noten aangegeven. Als een staaltje kan ik
in het bijzonder het op bl. 'il) gegeven stuk uit den Iknityeois Gen t il-
/lomtne vei-melden, waarin d.e verschillende Fransche wendingen voor-
komen, die tegenover het weglaten van het lidwoonl in het (Termaansch
staan {des vers., de la prose — po int de vers — ni prose ni vers;
tont ce qui tCest point prose est vers — il ny a tjue la prose ou
les vers).
De gesprekken heb ik van eene vertaling voorzien, waai-in gesti'eefd is,
■ De geheele tekst is in het Fransch gedacht en geconcipieerd, eerst daarna vertaald.
In de Nederlaudsche bewerking is dit, met goedvinden van den schrijver, tot
op zekere hoogte wel geschied.