Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
13(5
PERSOONLIJKE VOORNAAMWOORDEN.
signer. Tu n'es pas jeune,
mais tu n'es pas vieux non
plus. Tu es encore gaillard,
toi. Moi qui suis plus vieux
que toi, je ne me fais pas de
mauvais sang pour cela.
Tu es plus vieux que moi, soit ;
mais tu es le plus fort de
nous deux.
moet erin berusten. Je bent
niet jong, maar je bent ook
niet oud. Jij bent nog flink.
Ik, hoewel ik ouder ben dan
jij, ik trek me de zaken
daarom nog niet zoo erg aan.
Je moogt dan ouder zijn dan
ik, maar je bent de sterkste
(krachtigste) van ons beiden.
113.
En voyant ce touchant spec-
tacle , lui se met à rire * ;
moi je pleure; c'est plus
fort que moi. „Qu'as-tu à
rire, bouffon que tu es !
lui dis-je; moi, ça me fait
de la peine." „Moi, ça
m'amuse," me dit-il. „Moi,
c'est tout le contraire," lui
dis-je. „Moi je trouve ça
ridicule, de pleurer pour
une scène de théâtre," me
dit-il. „Libre à toi, lui
dis-je; seulement, ne me le
dis pas d'une manière si
blessante. Te moques-tu de
moi? Tu auras affaire à moi.
Tiens-le-toi pour dit."
Bij den aanblik van dit treffend
schouwspelbegint/^y te lachen;
ik ween; ik kan niet anders.
„Wathebjete lachen, grappen-
maker, die je bent! zeg ik
tegen hem; mij doet het smar-
telijk aan." „En mij amuseert
het (ik heb er pret in)", zegt
hij tegen me. „En bij mij is
het net andersom", zeg ik tegen
hem. „Ik vind het bespottelijk,
tranen te storten om zoo'n ko-
mediespel", zegt hij tegen me.
„Dat staat je vrij," zeg ik
tegen hem; „maar zeg het me
dan ten minste niet op zoo'n
kwetsende manier. Houd je
me voor den gek? Dan zal
je het met mij aan den stok
krijgen. Wees gewaarschuwd."
lU,
Mon cher, Frédéric est furieux ;
il est hors de lui. Ce secret,
qu'on devait lui cacher, il
l'a su. Mais comment l'a-
t-il su? Qui le lui a dit?
Beste vriend, Frederik is woe-
dend; hij is buiten zich zelf
van kwaadheid. Het geheim,
dat voor hem verborgen moest
blijven, heeft hij vernomen.
Of: il rit, lui.