Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
VIII VOORREDE.
leven of uit cle gesehiedenis ; fabels en s]u ookjes, natuurbeschi ijvingen,
liefst vertellen(le4 wijze , en l eisbeschrijvingen. De gebruikelijke leesboeken
zijn te moeielijk: de stof ligt grootendeels buiten den gezichtskring van
den leerling; (ie taal is te gekunsteld, te literai'isch. De stukken zijn
vaak te kort; iniioud en vooi-stelling wisselen telkens af. De verzamelaai-s
schijnen het zich ten taak te liebben gesteld, den leerlingen een zooveel
mogelijk rijke en bonte stof te verschallen. Dit is naar mijne meening
eene dwaling. Men leeit meei- uit lange, geuiakkelijke stukken, dan uit
korte moeielijke. Wel wijzen eenige nieuwere werken in verscheidene
opzichten op vooruitgang: maar toch blijft er nog veel te doen.
Wij hebben behoefte aan korte en gemakkelijke .spraakkunsten. Ik
bedoel niet, zooals sommigen willen, dat <le spraakkunst, ten minste in
den beginne, g<'heel moet woi-ilen afgeschaft, doch dit alleen, dat eene
spi'aakkunst vooi'al voor V)eginnenden aanmerkelijk vereenvoudigd en
veikort moet worden. Korte overzichten der Indangrijkste voinien vw
korte, duidelijke hoofdregels zullen voldoemh» zijn. In beginsel behooren
<ie wetten der taal uit <le practijk vooit te vloeien en als het ware
afgeleid en gevoeld te worden. De leerling moet zich zooveel mogelijk
van de taal laten dooi-diingen, zich aan het taalgebruik zóó gewennen,
<lat dit hem tot eene tweede natuur wordt. Kei'st als men zich in de
practijk sterk gevoelt, is het tijd op de theoiie te gaan letten. Dus eeist
de practijk en dan de i-egels.
In de gewone liteiatnnr doen zich, even als bij het spreken, de taal-
vei'schijnselen in toevallige en bonte rij voor. zoodat daaruit geen gram-
matisch overzicht kan verkregen worden. Zullen de taalwetten uit de
lectuiH' gemakkelijk zichtbaar worden . dan moet een deel der leesstof
daaitoe bijzonder ingelicht zijn. Naast het leesboek moet men een boek
met systematische oefeningen hebben, »lat de wetten en het taaleigen,
koitom het taalgebruik opheldeit. Het doelmatigst handelt men, als
men door gesprekken uit het dagelijksch leven spraakkunst eïi zegswijzen
tegelijk laat beoefeneïi. De eerste trap van zulke oefeningen is het boven
omschreven elementaire leerboek.
Zulk een boek met systematisclie oefeningen heb ik willen schrijven.
Ik heb getracht werkelijke, samenhangende gesprekken uit het dage-
lijksch leven zoo eenvoudig, natuurlijk en idiomatisch mogelijk samen
te stellen, doch tegelijk zóó, dat daarin ook de s])raakknnsti^e ver-
schijnselen in toejiassing woiden gebracht.
Door deze methode woi'<U in de eerste jdaats het vaai'ilig gebi-niken
<lei' belangrijkste vormen van de gesproken taal beoogd. In onz<ui tijd,
met (uni steeils levendiger wordend verkeei- met het buitenland . kan
men zich, reeds ter wille van de ))ractische behoeften, niet meer verg(;-
noegen met het lezen van tle voornaamste talen »iei- beschaafde volken;
het is niet eens genoeg ze te schrijven^ men moet ze ook kunnen spre-