Boekgegevens
Titel: Bijvoegsel tot de Handleiding bij het onderwijs in de vormleer op de lagere scholen: een rekenboekje voor de hoogste klasse
Auteur: Stratemeijer, J.H.
Uitgave: Breda: Broese & Comp, 1880
10e dr; 1e dr.: 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8178
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201873
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijvoegsel tot de Handleiding bij het onderwijs in de vormleer op de lagere scholen: een rekenboekje voor de hoogste klasse
Vorige scan Volgende scanScanned page
'3
vieikaut is geinetea op eene lialve IL A. Hoeveel
lengte heeft iiet, wanneer de breedie 62,5 M. is?
18. Hoeveel behangsellinnen van eene oude el (688
ni. M.) breedte moet men koopen tot het behangen van
een muur, die 3 Af. hoog en 4,5 M. breed is?
19. Wut is groüter, eene vierkante oude el of een
halve x\P.?
20. Een boer wil aan een arbeider 4 A. bouwgrond
verhuren. Op hoeveel lengte moet hij den akker af-
meten, wanneer deze 3,1 M. breed is?
21. Hoeveel c. bevat de platte lijst van eeu
spiegel, wanneer de lijst 6 c. M. bieed, en de spiegel
met de lijst 88 c. M. hoog en 32 c. M. bieed is?
22. Door een lechthoekig stuk boscligrond loopen
kruislings twee lechte wegen, evenwydig aan de lengte
en breedte. Hoeveel oppeivlakte beslaan deze wegen,
wanneer z'y overal 12 SL breed zyn en het geheele stuk
li-rond 15 D. M. 6 M. lang en 9 D. M. 2 M'. breed is?
O O
il. Kut>eii en vierzijdige Prii^nia'», welker
grondvlak een quadraat of rerlitlioek i».
23. Hoeveel kleine kuben heeft men noodig, om een
grooteren kubus samen testellen, waaraan men in de
lengte, breedte en hoogte telkens 5 kuben kan tellen?
24. De zijden of kanten van een kubus zijn 2,1 d. M.
lang. Hoeveel c. AP. bevat dit lichaam? Hoeveel m. M^.?
25. Een rechthoekige steen is 9 d. M. lang, 3 d. M.
breed en 15 c. M. dik; hoe groot is de inhoud?
26. Bereken den inhoud van een balk, die 6 M.
lang, 36 c. M. bi eed en 25 c. M. dik is.