Boekgegevens
Titel: Bijvoegsel tot de Handleiding bij het onderwijs in de vormleer op de lagere scholen: een rekenboekje voor de hoogste klasse
Auteur: Stratemeijer, J.H.
Uitgave: Breda: Broese & Comp, 1880
10e dr; 1e dr.: 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8178
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201873
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijvoegsel tot de Handleiding bij het onderwijs in de vormleer op de lagere scholen: een rekenboekje voor de hoogste klasse
Vorige scan Volgende scanScanned page
10
78. Wanneer een vierkante vijver denzelfden ointiek
liad als de voorgaande, zoude deze dan ook evenveel
oppervlakte hebben ?
79. Hoeveel c. Ivi^. bevat een quadraat, dat om een
cirkel bescliieven is, welke 132 m. M. omtrek heeft?
80. Uit een stuk blik, dat 24 c. M. in't vieikant
is, snydt men den gi'ootst inogelyken cirkel. Hoeveel
c. M-. vallen er op de hoeken af?
81. Berekende grootte van een quadraat, dat be-
schreven is in een cirkel van 8 c. M. middellyii.
82. Uit een ciikelvlak van 35 c. M. middeHyn
snijdt men in het midden een kleineren cirkel van 14
c. M. middellyn. Hoeveel oppervlakte heeft de platte
j'iiig, die er overblyft?
83. Een meubelmaker heeft drie cirkelronde tafels
gemaakt; de eerste is 7 d. M., de tweede 14 d. ?»J. en de
derde 21 d. M. in middellijn. Ündei'zoek eens, hoeveel
malen de oppervlakte van de eerste tafel in die van de
tweede en ook iu die van de derde begrepen is.
VII. Cyliiiclers en vei*!»ehUleiide l'risjiiia*».
84. Bereken den inhoud van een cyUnder, die 3 d. M.
Jioog is, en waarvan het grondvlak 88 m, M. middel-
lyn heeft.
85. Hoeveel water kan er staan in eene rechte buis
of pijp, die 3,2 M. lang en van binnen 56 m. M. wyd is ?
86. Iemand ziet iu een ander land eene korenmaat,
die overal 21 c. M. wyd en 31 c. M. hoog is. Is deze
maat grooter of kleiner dan een D. L. ?