Boekgegevens
Titel: Bijvoegsel tot de Handleiding bij het onderwijs in de vormleer op de lagere scholen: een rekenboekje voor de hoogste klasse
Auteur: Stratemeijer, J.H.
Uitgave: Breda: Broese & Comp, 1880
10e dr; 1e dr.: 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8178
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201873
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijvoegsel tot de Handleiding bij het onderwijs in de vormleer op de lagere scholen: een rekenboekje voor de hoogste klasse
Vorige scan Volgende scanScanned page
VI. Cirkels.
67. De middellijn van een cirkel is 14 c. M.; hoe
lang is de omtrek?
68. Bereken den omtrek van een cirkel, die een M.
in middellijn is.
69. Hoe groot zoude de middellijn zijn, wanneer de
omtrek juist een M. ware?
70. Hoe ver moet men de beenen van een passer
openen, om een cirkel te beschrijven, die 33 c. M.
omtrek heeft?
71. Een dikken boom kan men omspannen met een
touw van 5,24 M. Hoeveel is ongeveer zijne dikte?
72. De langste stok, dien men juist op eene ronde
tafel leggen kan, meet 1 M. 30 c. M. Hoe groot is
de omtrek der tafel?
73. Een cirkelrond bloemperk, dat 4,9 M. in mid-
dellijn is, zal met plantjes omzoomd worden, die on-
derling 2 d. M. afstand hebben. Hoeveel plantjes heeft
men hiertoe noodig?
74. Een halve cirkel wordt natuurlijk ingesloten door
eene rechte en eene kromme lijn. Hoe lang is de kromme
lijn, wanneer de rechte gemeten is op 9 M.?
75. Hoe lang is de middellijn van een cirkel, wan-
neer een boog van 22°30' eene lengte van 16 c. M. heeft ?
76. De middellijn van een cirkel is 28 c. M.; hoe-
veel c. iP. bevat zijne oppervlakte ?
77. Hoeveel grond beslaat een cirkelronde vijver,
die 33 M. in omtrek is?