Boekgegevens
Titel: Bijvoegsel tot de Handleiding bij het onderwijs in de vormleer op de lagere scholen: een rekenboekje voor de hoogste klasse
Auteur: Stratemeijer, J.H.
Uitgave: Breda: Broese & Comp, 1880
10e dr; 1e dr.: 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8178
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201873
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijvoegsel tot de Handleiding bij het onderwijs in de vormleer op de lagere scholen: een rekenboekje voor de hoogste klasse
Vorige scan Volgende scanScanned page
6
4-5. Er liggen een eiken en een dennen balk van ge-
lijke grootte, namelijk: 6,4 M. lang, 45 c. M. breed
en 48 c. M. dik. De soortelijke zwaarte van het eiken-
hout is 0,75 en die van het dennenhout 0,45. Hoe-
veel is de eene balk zwaarder dan de andere?
46. Iemand heeft een kubus van beukenhout, waar-
van de zijden op 12 m. M. zyn gemeten. Hoeveel is
de soortelijke zwaarte van dit hout, wanneer de kubus
284 G. weegt?
47. Een stuk tin, ter zwaarte van 1 K. G., heeft
een inhoud van 137 c. AP. Kunt gij hieruit ook het
soortelyk gewicht van tin bei'ekenen?
48. Eene flesch of 8 d. L. wijn weegt 786 G. Be-
reken hieruit het soortelijk gewicht van deze wijnsoort.
49. Een voerman, die wegens den slechten weg niet
meer dan 300 K. G. op z'yne kar wil hebben, vervoert
versehe aarde (soort, gewicht = 1,8). Hoeveel d. AP.
kan hij telkens laden ?
Hoeveel karren vol zal hij moeten vervoeren, waanneer
de geheele hoop ongeveer 12 AP. bedraagt?
50. Er wordt een muur afgebroken, die 9 AL lang,
5,8 Ai. hoog en 3 d. AI. dik is. Hoeveel kaïxen kan
men met dit puin beladen, wanneer de soortelijke zwaarte
van metselwerk = 1,9 is, en de vracht van elke kar
op 700 K. G. gesteld wordt?
iV. Driehoeken.
51. Hoeveel c. AP. bedraagt de oppervlakte van
een rechthoekigen driehoek, waarvan elke rechthoeks-
zijde 0,36 AL lang is?