Boekgegevens
Titel: Bijvoegsel tot de Handleiding bij het onderwijs in de vormleer op de lagere scholen: een rekenboekje voor de hoogste klasse
Auteur: Stratemeijer, J.H.
Uitgave: Breda: Broese & Comp, 1883
11e dr; 1e dr.: 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8177
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201872
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijvoegsel tot de Handleiding bij het onderwijs in de vormleer op de lagere scholen: een rekenboekje voor de hoogste klasse
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
bevatten, dat boven 22 c.M. omtrek heeft en 8 c.M.
diep is?
IX. Bollen.
103. Hoe groot is de oppervlakte van een boh
die 21 c.M. middellijn heeft?
104. Bereken den inhoud van dien bol.
105. Men heeft 2 bollen : de eene is 7 en de andere
14 c.M. in middellijn. Hoeveel malen is de opper-
vlakte van den tweeden grooter dan die des eersten?
106. Hoeveel malen is de inhoud van den kleinsten
bol in dien van den grootsten begrepen?
107. Een verver verguldt een bol voor 3 gulden.
Hoeveel moet men hem betalen voor een anderen
bol, waarvan de middellijn tweemaal zoo groot is?
108. Iemand heeft 2 appels, die nagenoeg bol-
vormig zijn. Liggen zij naast elkander op de tafel, dan
is de eene tweemaal zoo hoog als de andere. Hoeveel
malen is de inhoud van den eenen groo,ter dan die van
den anderen?
109. Een bekken of kom, in de gedaante van een
halven bol, is 26 c.M. diep. Hoeveel L. water kan
men er in gieten.
110. Hoe zwaar weegt een looden kogel, die 35 m.M.
in middellijn is? (soort, gewicht == 11,35.)
111. Hoeveel kogels van 18 m.M. middellijn kan
men gieten uit een stuk lood van 10 K.G.?