Boekgegevens
Titel: Bijvoegsel tot de Handleiding bij het onderwijs in de vormleer op de lagere scholen: een rekenboekje voor de hoogste klasse
Auteur: Stratemeijer, J.H.
Uitgave: Breda: Broese & Comp, 1883
11e dr; 1e dr.: 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8177
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201872
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijvoegsel tot de Handleiding bij het onderwijs in de vormleer op de lagere scholen: een rekenboekje voor de hoogste klasse
Vorige scan Volgende scanScanned page
11
87. Eene liggende teerton is tusschen de beide
bodems 9 d.M. lang, terwijl elke bodem 9 d.M. in
middellijn is. Hoeveel L. bedraagt haar inhoud?
88. Hoeveel d.M^. oppervlakte heeft het gebogen
vlak van een cylinder, die 14 c.M. dik en 6 d.M.
hoog is?
89. Een verver moet 12 ronde houten doozen met
platte deksels van buiten verven, uitgenomen den bo-
dem. Hoeveel d.M^. zal hij te verven hebben, wan-
neer elke doos 42 c.M. in middellijn en 28 c.M. hoog is?
90. Eene steenen rol is 35 c.M. dik en 8 d.M,
lang. Hoe zwaar is zij, wanneer het soortelijk gewicht
op 2,5 wordt gerekend?
91. Het grondvlak van een cylinder is 154 c.M^.
groot, en zijn inhoud bedraagt 4620 c.M', Bereken
hieruit de hoogte van dit lichaam.
92. Een cylindervormige koperen ketel, die van bin-
nen 56 c.M. wijd is, kan 172,48 L. water bevatten.
Hoe hoog is deze ketel?
93. Iemand heeft eene oude maat, die overal 84
m.M. wijd en 15 c.M, hoog is. Hoeveel moet hij er
in de hoogte afnemen, om ze als een halven L. te
kunnen gebruiken?
94. Stel u een liggend driezijdig prisma voor. De
basis van het grondvlak is 24 c.M., en zijne hoogte
2 d.M., terwijl de lengte van het prisma 12 d.M. be-
draagt, Bereken nu den inhoud van dit lichaam,
95. Er is een bak, die den vorm heeft van een
prisma, waarvan het grondvlak een trapezium is. Die