Boekgegevens
Titel: Gedichten voor kinderen: ten gebruike op de scholen
Auteur: Steenbeek, H.G.
Uitgave: Zutphen: J.H. Mellink, 1e helft 19e eeuw *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1108
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201861
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichten voor kinderen: ten gebruike op de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
'ff
DE APPELBOOM.
Die appeltjes ginder, zij lagehen mij aan,
Ik zou er wel in willen bijten;
Maar 't zou dan voorzeker niet goed met mij gaan,
En 'k had het mij zelven te wijten.
Mijn vader zei gist'ren: »Ze zijn nog zoo groen.
Gij moet nog aan appels niet denken."
Wat vader mij zeide, dat wil ik ook doen.
Dan zal hij eens rijpe mij schenken.
t Moog'vrij dan nog duren een week of vijf, les,
[let zal toch wel eenmaal gebeuren,
jeduldig en blijde wil 'k volgen zijn les.
Dan hoef ik ook nimmer te treuren.
HET LENTELIED VAN JAKOB.
\ls de lieve lente
Alles doet ontkiemen,
Planten , bloemen , boomen
Zich in 't groen versieren; .
Als ik dan mijn" vader
Soms op "t land gä helpen.