Boekgegevens
Titel: Gedichten voor kinderen: ten gebruike op de scholen
Auteur: Steenbeek, H.G.
Uitgave: Zutphen: J.H. Mellink, 1e helft 19e eeuw *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1108
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201861
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichten voor kinderen: ten gebruike op de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page

i
16
God hoorde inijn klagen,
Hij heeft ons gered.
I» Ja, God schept behagen
In 't kindergebed.
God, die mij verheugde,
ü zing ik ter eer,
Gij schonkt tot mijn vreugde
Mijn' vader mij weêr.
MIETJEIS BLIJDSCHAP.
Mietje was zoo blijde.
Want ze had gehoord
Dat geen kleed van zijde
Jezüs meer bekoort,
1 Dan de scham'Ie kleeren
Van een ned'rig kind.
Dat de Heer der Heeren
'l Hart aHeen bemint.
Nu zong kleine Mietje
Opgeruimd en blij,
Vrolijk klonk haar liedje,
Hoor eens, wat ze zei: