Boekgegevens
Titel: Gedichten voor kinderen: ten gebruike op de scholen
Auteur: Steenbeek, H.G.
Uitgave: Zutphen: J.H. Mellink, 1e helft 19e eeuw *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1108
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201861
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichten voor kinderen: ten gebruike op de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Buurman Kreus hoort dat klagen,
Spreekt hem aan: »Wat schreit ge, Vrind!
Kom, ik zou het maar eens wagen,
Dat ge een leugentje verzint."
»Wat?" sprak Klaas. »Foei, zou ik liegen,
Krelis! geeft gij mij dien raad?
Zou ik moeder gaan bedriegen?
Neen, bedrog vergroot het kwaad.
Vol berouw ga ik naar moeder,
En beken haar mijne schuld.
'k Weet, dan heeft die goede moeder
Met haar Klaasje weêr geduld."
Kiiid'ren! als ge iets hebt misdreven,
Volgt dan nimmer Kreiis' raad.
Wilt ge weder vrolijk leven.
Zoo bekent terstond het kwaad.
MORGENLIED.
De morgen begon.
Daar schijnt reeds de ion,
Wat ben ik verheugd!
Zij wil hare stralen
Op 't aardrijk doen dalen
Tot heil en tol vreugd.