Boekgegevens
Titel: De rattenvanger van Hameln: sprookje voor kinderkoor
Auteur: Schim van der Loeff, H.P.; Milligen, S. van
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7988
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201832
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten), Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De rattenvanger van Hameln: sprookje voor kinderkoor
Vorige scan Volgende scanScanned page
Allen.
O Eattenvauger, zing toch voort
Het liedje, dat ons zoo bekoort!
Het is zoo heerlgk, 'tklinkt zoo schoon,
Wij luist'ren graag, dat zij uw loon.
Eenigen.
Weer speelt hij zijn deuntje, zoo vroolijk, zoo blij,
Weer zingt hij een wonderschoon liedje er bij.
Allen.
De Rattenvanger leev', hoezee!
Wij luist'ren, wij zingen zijn lied met hem mee..
Halfkoor.
Komt, knapen en meisjes, komt hier aan zijn zij
Zal hy ü nog mooier muziek laten hooren,
Komt hupp'lend en dansend, komt rij aan rij ,
Wat ratten eens boeide, moet thans ons bekoren.
Allen.
De Rattenvanger leev', hoezee!
Wij luist'ren, wij zingen, wij gaan met hem mee.
Zingt mee maar, o kind ren, stemt in met zijn lied.
Gij weet niet wat pret hij zoo aanstonds ons biedt,
Wacht af maar, daar ginder
daar heeft hij zijn woning,
Daar voert hij ons henen,
daar heerscht hij als koning.
Waarheen? Dat kan niet één vermoeden.
Geen nood, hij zal ons wel behoeden ,
Vertrouw hem vrij en volgt hem maar,
Daar ginder is het feest al klaar.