Boekgegevens
Titel: De rattenvanger van Hameln: sprookje voor kinderkoor
Auteur: Schim van der Loeff, H.P.; Milligen, S. van
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7988
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201832
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten), Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De rattenvanger van Hameln: sprookje voor kinderkoor
Vorige scan Volgende scanScanned page
Allen.
Hoe wat! vertel! wie is die man?
Halfkoor.
Zijn voornaam onbekend en evenzoo zijn van;
Een wonderlijk sinjeur is 't met een vreemden hoed,
Een kleurig wambuis aan, en in zijn oog een gloed
Om van te schrikken, zoo ziet hij je aan.
Wij zagen hem naar 't raadhuis gaan.
Hij zei daar, dat hy de macht bezat.
Om ieder dier, ook muis en rat,
Te lokken ver van ons stadje uit
Alleen door 't spelen op zijn fluit.
1
Andere jongens en meisjes.
Toen hebben de burgers hoofd voor hoofd
Dien man een blinkenden gulden beloofd,
Als hij vandaag nog wou pi'obeeren
De plaag van Hameln af te weren.
Accoord! zoo zei hij, greep zijn fluit
En lokte de ratten de huizen uit.
Eenigen.
Hoort, hoort!
Daar gaat hij al spelend voort.
Allen.
Hoezee! de ratten gaan mee!
Eenige meisjes.
Wat aardig deuntje, kijkt bij hoopen,
Bij honderden komen ze aangeloopen;
Nu zingt hij er ook een liedje by,
Komt laten we meedoen, komt zingen ook w^'.