Boekgegevens
Titel: De rattenvanger van Hameln: sprookje voor kinderkoor
Auteur: Schim van der Loeff, H.P.; Milligen, S. van
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7988
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201832
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten), Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De rattenvanger van Hameln: sprookje voor kinderkoor
Vorige scan Volgende scanScanned page
10
Allen.
Op, komt meß, zingt allen meè!
De roé is klaar, voor wie daar huilen,
Danst meè , danst allen meä!
Wee! die het waagt te pruilen.
Wy moeten wel meö, wel meê.
Wjj kunnen niet langer, ach wee!
Wij zijn ach zoo moede, toch moeten wij voort,
Voort, allijd voort.
Eenigen.
Maar hoort! Wat wond're toon klinkt ons daar in d' ooren,
De Rattenvanger staakt zgn lied en zijn gezang.
Allen.
'tIs Gottfrieds stem, hij nadert, laat ons hooren!
Dank, trouwe Eckart! Gottfried, wees niet bang!
Ziet, al de tranen, die onze ouders schreiden,
Heeft Eckart in een kruik bijeen gebracht,
En Gottfried redt ons nu uit al ons lijden.
Die tranenkruik breekt 's Rattenvangers macht.
Halfkoor.
De wreedaard wankelt, zinkt inéén.
Die tranenstroom kwam ons bevrijden,
Daar ligt hij neer, zoo koud als steen.
Allen.
Wij zijn gered uit al ons lijden !
Dank , Eckart, dank! dank , Gottfried, dank!
Gij daaldet moedig tot ons neder.
O, breng ons naar onze ouders weder,
Hebt dank, hebt dank !