Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
97 , Natuurlijke historie voor de jeugd,
Alzoo heeft de visch het land
Aan een hengelaar, die onverdronken bljjft aan den kant
Doch valt deze uit zijn boot
In de sloot,
Pierdood,
Of, by abuis.
Als jeugdig drenkeling van de sluis,
Dan zegt hy aanstonds: »Welkom t'huis,
»Hengelaar I hier is je pet; je boordtjen zie ik niet: herleef:
»Ons motto ie: vergeet en vergeefs
»Net als de snoek aan zijn neef,
»Terwijl hy hem intusschen opat, schreef,
»Ik ontfang u hier, als landgenoot,
»In mijn waterschoot:
«En by klein en groot
»Wordt gy alras op een slokjen genood,
»Ofschoon wel is waar van uw leven ontbloot"
— Iets, wat waarlijk voor den mensch een les is.
Die wel eens niet t' huis geeft aan zijn vriend, die op de flesch is.
En hem dan nog eer een bokking.
Dan een glaasjen cordiaal of parfait amour gaf van Wijnand Fokkink.
Ook leert men hieruit, dat wie nog reutelt van »stom als een visch,"
Alleen maar toont, dat in de Natuurlijke Geschiedenis
Hy juist zoo bedreven als een snoek op zolder is.
Om een schepnetjen geeft een visch geen duit.
Misschien denkt hy wel: »'t is dan toch al verbruid,"
Ook springt hy er nu en dan wel weer uit.
Maar een zegen.
Die zoo'n heele wetering komt leêgen.
Daar heeft hy natuurlijk machtig voel tegen.
»Noem je dit zegen," zegt hy : »heb je geen abuis?
»Of is 't als lucus a non lucendo en meen je soms kruuf
»Al zwem ik in dien zegen op mijn kop,
»Daar zit, jandorie, geen uit- of wegzwemmen op...
»Die gemeene dweil en de vasten
GKDICHTEN V. D. SCHOULMEESTtIi 7