Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
73 , Natuurlijke historie voor de jeugd,
Doch de zwartste bladzijde m een olifant
1b, dat hy strikken voor zijn natuurgenooten spant,
En, zonder een blos op zijn wangen,
Zich niet schaamt zijn naasten te helpen vangen.
Een museum voor de geologie, alias, kennis der aard —
Zijn leég hok in een gewezen dierengaard, —
Of wel 't afgebroken spel van professor van Aken,
Is nog altijd de beste manier om hem te genaken;
Of men moet van een olifant zijn halsvriend willen maken,
Waardoor zoölogische Jonathans wel eens aan 't sneuvelen raken.
Gelukkig dat de Natuurlijke Historie aan ieder beest
Zijn specifieke zwaarte geeft en eigenaartigo leest:
Of wat werd er van menschen in hun ledekanten
Als vlooien 's nachts zoo zwaar en zoo groot waren als olifanten ?
Voor zoo'n natuurmysterie staat 't kloekste brein stok stil,
Net als een horlogie van bordpapier, dat niet langer loopen wil:
Als wy trouwens zulke Gordiaansche knoopgaatjens willen denoueeren
Dan zijn wy allen nog maar Alexandertjens in de lange kleêren 1
Een olifant is dol op juttepeeren
En zit er een Bengaalsch fruitmeisjen wel eens om in de veêren.
Doch het acme van zijn geluk
Is, entre nou», een bejaard rhinoceros in den druk.
Liefst zonder hoorn op zijn neus, en met een kruk:
Want op dit dier zijn remarques is hy zeer kitteloorig,
En een menagerie is zoo gehoorig!
Hoogmoed brengt echter de besten tot den val:
Hy waant zich al te vaak een afgod, in de Oost vooral.
Waar men hem over 't paard licht. Doch hior is men niet zoo maL
Aan zulke afgodendienaars doet Holland voorloopig niemendal.
Onze jeugd geeft aan olifantolatrie dus geen gehoor:
Wy respecteeren hem eenvoudig als uitvinder van ons ivoor.